Demografische verschuivingen

De bevolking van Vlaanderen en Brussel verandert. De belangrijkste demografische veranderingen zijn de aanhoudende bevolkingsgroei, de vergrijzing, de toenemende culturele diversiteit, de hogere scholingsgraad en het toenemend aantal eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen.

Die ontwikkelingen hebben gevolgen voor veel maatschappelijke domeinen. Zo gaat bevolkingsgroei samen met een toename van de vraag naar woningen en stijgend energiegebruik. Vergrijzing doet dan weer de zorgvraag toenemen en brengt ook voor de arbeidsmarkt uitdagingen met zich mee. En de toename van het aandeel van de bevolking met een migratieachtergrond zet al enkele decennia de sociale samenhang onder druk.

Ook voor sociaal-cultureel volwassenenorganisaties blijven die demografische ontwikkelingen niet zonder gevolgen. Soms oefenen ze een belangrijke invloed uit op het maatschappelijke domein waarin de organisatie zelf actief is. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de vergrijzing voor organisaties die zich inzetten voor werkbaar werk. Daarnaast plaatsen die veranderingen organisaties ook voor de vraag welke belanghebbenden en doelgroepen ze vandaag best in hun praktijken betrekken.

Wereldwijd zitten we in een demografische transitie. Nog tot ongeveer 2085 zal het aantal inwoners op aarde toenemen, om daarna geleidelijk aan terug af te nemen.

We zijn met steeds meer mensen op aarde. De laatste twee eeuwen lijken we wel een bevolkingsexplosie mee te maken, zeker wanneer we heel ver teruggaan in de tijd, tot 12.000 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling. Zelfs sinds de tijden van de Romeinen zijn we met dertig keer meer mensen op onze planeet. En er zijn nu 10 keer zoveel mensen op aarde dan 200 jaar geleden.

Maar de groei van de wereldbevolking is niet exponentieel zoals bovenstaande grafiek suggereert. Volgens recente demografische inzichten is die bevolkingsexplosie een tijdelijk fenomeen. We bevinden ons momenteel in de eindfase van een demografische transitie. De bevolkingsgroei zal in de loop van deze eeuw (vermoedelijk rond 2085) haar top bereiken en dan geleidelijk aan terug afnemen.

Dat de bevolkingsgroei tot op vandaag exponentieel lijkt toe te nemen, heeft alles te maken met de industriële revolutie en de stijgende welvaart die daarmee samenhangt. Lagere kindersterfte en hogere levensverwachting zijn de motor van een ingrijpende demografische transitie. Omdat minder kinderen sterven en we gemiddeld veel langer leven, tellen we momenteel steeds meer mensen op aarde. Anderzijds maakt meer welvaart mensen minder afhankelijk van hun nakomelingen en dat gaat samen met minder geboortes. Dat verklaart nu al een daling van het aantal geboortes in veel continenten, zoals bij ons in West-Europa. Zo’n daling zal zich wereldwijd doorzetten naarmate we erin slagen om de welvaart ook in the Global South te doen toenemen. Demografen voorspellen zo’n daling vanaf het einde van deze eeuw.

De actuele stijging van de wereldbevolking kunnen we lezen als een maatschappelijk succes. Het is de uitkomst van vooruitgang in welzijn en wetenschap, en het resultaat van een lange strijd voor meer gelijke toegang tot de vruchten ervan, voor betere arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden. Daarin heeft het maatschappelijk middenveld onmiskenbaar haar rol gespeeld. Maar dat succes neemt niet weg dat de sterke bevolkingsgroei wereldwijd ook heel wat uitdagingen met zich meebrengt. Globaal gaat het dan over de leefbaarheid van onze planeet (ecologisch), de wijze waarop we met z’n allen het samenleven vredevol kunnen vormgeven (politiek) en de wijze waarop we duurzaam kunnen voorzien in onze noden en behoeften (economisch).

In het Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn we alsmaar met meer (bevolkingsgroei) en dat door migratie (meer immigratie dan emigratie). In 2022 had bijna de helft van de immigranten de Oekraïense nationaliteit.

In 2022 kende België een uitzonderlijke bevolkingsgroei door de immigratie van vluchtelingen uit Oekraïne. Het Federaal Planbureau verwacht dat die groei nadien jaarlijks zal schommelen rond 31 000 inwoners tot 2070, al zou naar verwachting het aantal inwoners in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nauwelijks aangroeien tussen 2022 en 2070.

Op 1 januari 2023 telde de wettelijke Belgische bevolking 11.697.557 inwoners, sinds 1 januari 2022 een groei van 0,98%. Na een tragere bevolkingsgroei van 0,25% in 2020, grotendeels door de COVID-19-pandemie, en een normale bevolkingsgroei van 0,54% in 2021 veert de bevolkingsgroei in 2022 op met 113.549 extra inwoners (groei van 0,98%). Die groei komt volledig op rekening van een positief internationaal migratiesaldo (+116.554). Het sterke positieve internationale migratiesaldo in 2022 is te verklaren door de oorlog in Oekraïne, 57.514 van de immigranten heeft namelijk de Oekraïense nationaliteit. In 2022 tekenen we uitzonderlijk een negatief natuurlijk saldo op (-2.787; minder geboortes dan sterfgevallen). In 2020, het jaar gekenmerkt door de COVID-19-pandemie, was dit saldo eveneens negatief (-13.111). Daarvoor moeten we teruggaan naar het begin van de jaren ’40 om een negatief natuurlijk saldo terug te vinden. Het natuurlijk saldo vertoonde, ook voor COVID-19, al een aantal jaren een dalende trend door een dalend aantal geboorten.

Bron

Op 1 januari 2022 telde de Vlaamse Gemeenschap afgerond 6,7 miljoen inwoners. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telde toen 1,2 miljoen inwoners. Uitgaande van de ‘Brusselnorm’ van de Vlaamse overheid waarbij een derde van de inwoners van het Hoofdstedelijke Gewest wordt beschouwd als potentiële doel van het Vlaamse beleid, telde de Vlaamse Gemeenschap begin 2022 meer dan 7,1 miljoen leden.

Het Vlaamse Gewest blijft met voorsprong het sterkst groeiende gewest, met 75.931 bijkomende inwoners tussen 1 januari 2022 en 1 januari 2023, of een groeipercentage van 1,13%. Deze stevige groei is niet alleen het gevolg van een positief internationaal migratiesaldo. Ook het intern migratiesaldo was positief (+15.781). Meer mensen verhuisden vanuit een ander gewest naar Vlaanderen, dan er mensen van Vlaanderen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of het Waals Gewest verhuisden.

In Brussel zien we in de loop van 2022 een stevige groei met 18.538 inwoners of 1,52%. Brussel was het enige gewest waar het natuurlijk saldo in 2022 positief bleef (+5.830). Het internationaal migratiesaldo was in 2022 positief (+31.685). Er werden in 2022 62.522 internationale immigraties en 30.837 internationale emigraties geregistreerd. Van de immigranten hadden er 11.021 de Oekraïense nationaliteit. Het intern migratiesaldo in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is negatief. Meer mensen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest weken uit naar het Vlaamse of Waalse Gewest dan omgekeerd (intern migratiesaldo bedraagt -19.307).

Ook over een langere termijn observeren we een bevolkingsgroei in het Vlaamse Gewest. Begin 2020 telde het Vlaamse Gewest bijna 6,63 miljoen inwoners. Dat zijn er afgerond 377.000 meer dan in 2010. De resultaten van de demografische vooruitzichten van Statistiek Vlaanderen van 2021 geven aan dat tussen 2020 en 2030 de bevolking zal groeien met 4% tot iets meer dan 6,90 miljoen inwoners. Die verwachte bevolkingsgroei tussen 2020 en 2030 ligt lager dan de waargenomen groei in de periode 2010 tot 2020 (+6%).

De bevolkingsdichtheid is erg hoog in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en varieert in het Vlaamse Gewest op lokale schaal (gemeenten) van erg dicht (bv. in en omheen de ‘Vlaamse ruit’) tot dunner bevolkt in enkele landelijke gemeenten.

Op 1 januari 2022 bedraagt de bevolkingsdichtheid in België 377 inwoners per km². Dit varieert sterk van plaats tot plaats. Het Vlaams Gewest heeft in 2022 een bevolkingsdichtheid van 492 inwoners/km² en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7.528 inwoners/km². Op lokale schaal (de gemeenten) zijn de verschillen nog groter. Zo telt Daverdisse 25 inwoners/km² en Sint-Joost-ten-Node 23.234 inwoners/km².

De bevolkingsdichtheid in Vlaanderen is vooral hoog in en rond de ‘Vlaamse ruit’: het centrale gebied tussen Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel. Dat is ook het geval in enkele gemeenten aan de kust (Oostende, Bredene, Blankenberge en Brugge), in Zuid-West-Vlaanderen (Kortrijk, Roeselare) en in enkele centrale gemeenten van de provincie Limburg (Hasselt en Genk).

Bevolkingsdichtheid per km2 in België op 1 januari 2022

Bron: Statbel

In Vlaanderen liggen de vijf dichtstbevolkte gemeenten in de provincie Antwerpen met Mortsel (3.364 inwoners/km²), Borsbeek (2.878 inwoners/km²), Antwerpen (2.597 inwoners/km²), Edegem (2.568 inwoners/km²) en Boom (2.551 inwoners/km²). West-Vlaanderen telt daarentegen vier van de vijf dunst bevolkte gemeenten van Vlaanderen, namelijk Lo-Reninge (51 inwoners/km²), Zuienkerke (55 inwoners/km²), Alveringem (62 inwoners/km²) en Heuvelland (84 inwoners/km²). Herstappe (59 inwoners/km²) in de provincie Limburg staat op de derde plaats van de dunst bevolkte gemeenten.

De dichtstbevolkte gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn Sint-Joost-ten-Node (23.234 inwoners/km²), Sint-Gillis (19.274 inwoners/km²), Koekelberg (18.633 inwoners/km²), Schaarbeek (16.540 inwoners/km²) en Sint-Jans-Molenbeek (16.241 inwoners/km²). Het dunst bevolkt zijn Watermaal-Bosvoorde (1.942 inwoners/km²), Ukkel (3.720 inwoners/km²), Oudergem (3.902 inwoners/km²), Sint-Pieters-Woluwe (4.720 inwoners/km²) en Brussel (5.704 inwoners/km²).

In het merendeel van de Vlaamse gemeenten wordt tussen 2020 en 2030 een groei van de bevolking verwacht. Die stijging kan op sommige plaatsen oplopen tot meer dan 10%. 43 gemeenten kennen naar verwachting een stagnatie of een lichte daling (tot -4%) van hun inwonersaantal.

De meeste gemeenten met een matige of negatieve groei liggen in de provincies Limburg en West-Vlaanderen. De meeste gemeenten met een sterke groei bevinden zich in de provincie Vlaams-Brabant.

Het aantal huishoudens stijgt relatief sneller dan het aantal inwoners. Het aandeel eenpersoonshuishoudens is relatief hoog en zal naar alle waarschijnlijkheid nog verder toenemen. Sommigen maken gewag van een singleboom.

Op 1 januari 2023 telde België 5,1 miljoen particuliere huishoudens, waarvan 1,8 miljoen eenpersoonshuishoudens (36% van de particulieren huishoudens). Gehuwde koppels met of zonder kinderen waren goed voor 37%. Het aandeel van ongehuwde koppels met of zonder kinderen is 15%.

Bron: Statbel

In het Vlaamse Gewest waren er begin 2022 relatief meer gehuwde paren zonder inwonende kinderen dan in de andere gewesten. Het Vlaamse Gewest had ook het hoogste aandeel gehuwde paren met inwonende kinderen. Het aandeel alleenwonenden was in het Vlaams Gewest het laagst. Ook het aandeel eenoudergezinnen lag er het laagst. Het Brusselse Gewest kende het hoogste aandeel alleenwonenden: 47% (bijna de helft) van alle Brusselse huishoudens bestaat uit 1 persoon.

Bron: Statbel

Begin 2022 waren er in Vlaanderen 2,89 miljoen private huishoudens. Sinds 2000 steeg het aantal private huishoudens in het Vlaamse Gewest sneller dan het aantal inwoners. De gemiddelde grootte van een privaat huishouden is dan ook gedaald. In 2000 bestond een privaat huishouden gemiddeld genomen uit 2,45 personen. Gemiddeld genomen bestond een privaat huishouden in 2022 uit 2,29 personen. Begin 2022 waren de 3 meest voorkomende private huishoudtypes in het Vlaamse Gewest: alleenwonenden (33%), gehuwde paren zonder inwonende kinderen (22%) en gehuwde paren met 1 of meer inwonende kinderen (21%).

Tussen 2013 en 2023 stegen eenpersoonshuishoudens met 17,1% in het Vlaams Gewest en met 4,8% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Vlaams Gewest kende in die periode de grootste stijging van het aantal eenoudergezinnen (+10,7%), gevolgd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (+10,3%) en het Waals Gewest (+6,7%).

Over de hele wereld neemt het aandeel van singles in de bevolking toe. In de EU komt die stijging vooral op het conto van twintigers, gescheiden mensen van 30 tot 50 jaar en vrouwen boven de 75. Begin 2030 zullen er volgens de demografische vooruitzichten van Statistiek Vlaanderen naar verwachting bijna 1,05 miljoen personen van 18 jaar of ouder alleen wonen in het Vlaamse Gewest. Dat zijn afgerond 133.000 alleenwonenden meer dan in 2020. Tegenover begin 2020 zal het aantal alleenwonenden stijgen met 15%. Tussen 2010 en 2020 was er een gelijkaardige toename van het aantal alleenwonenden (+15%). Hoewel het aantal alleenwonenden almaar toeneemt, lijkt het beleid toch vooral nog gericht op het klassieke gezin.

Het aandeel alleenwonenden zal tussen 2020 en 2030 naar alle waarschijnlijkheid toenemen in de verschillende leeftijdsgroepen (18- tot 39-jarigen, 40- tot 66-jarigen en 67-plussers).

In het Vlaamse Gewest is de bevolking gemiddeld ouder dan voorheen en dan in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen opvallend veel mensen van rond de 30 jaar.

De samenstelling van de bevolking naar leeftijd verschilt sterk tussen het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bron: Statbel

De bevolkingspiramide van het Vlaams Gewest vertoont voor 2022 het karakteristiek profiel van een verouderde bevolking: een zware top en een smalle basis. De groep van 55- tot 59-jarigen is de grootste leeftijdsgroep. Het zijn mannen en vrouwen geboren tussen 1962 en 1966, topjaren van de babyboom. Het aandeel 65-plussers binnen de bevolking in het Vlaamse Gewest ligt dicht bij het gemiddelde voor de Europese Unie (EU27). De leeftijdsgroep van 85-plussers staat voor 3,2% van de totale bevolking.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zien we een heel ander beeld, de bevolking is er gemiddeld veel jonger. Er verblijven relatief meer mensen tussen 25 en 50 jaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt vandaag de dag het meest personen rond de 30 jaar.

De vergrijzing in Vlaanderen is al enige tijd aan de gang. Sinds 2000 neemt het aandeel van de bevolking van 65 jaar of ouder toe: van 17% in 2000 over 18% in 2010 naar 21% in 2022. Het aandeel jonger dan 18 jaar daalde van 21% in 2000 naar 19% in 2022.

In het algemeen kleurde de bevolking wat grijzer in de provincie West-Vlaanderen, in de Vlaamse Ardennen, in zuidelijk Vlaams-Brabant, in delen van Limburg en in gemeenten aan de oostzijde van de stad Antwerpen. In 7 van de 10 kustgemeenten maakten 65-plussers meer dan 33% van de bevolking uit. In de centrumsteden Antwerpen, Gent en Leuven was het aandeel ouderen relatief beperkt in 2022.

Tussen 2020 en 2030 verwachten we een stijging van de bevolking van 67 jaar en ouder. In de periode tussen 2010-2020 kende die leeftijdsgroep een groei van 20%. Tussen 2020 en 2030 wordt er groei met 22% verwacht. Daardoor zal het Vlaamse Gewest in 2030 naar schatting bijna 1,47 miljoen inwoners tellen van 67 jaar en ouder.

Zo’n vergrijzing is typerend voor de demografische transitie waarin we verkeren*. Door verdringing van vroegtijdige sterfte tellen we steeds meer ouderen. Terwijl de maximale levensduur van de mens als soort gelijk blijft, stijgt de levensverwachting (we worden gemiddeld ouder). Vroeger waren er ook mensen van 90 jaar en ouder. Nu zijn er veel meer. Net als de wereldwijde demografische transitie gaat ook de vergrijzing samen met de stijgende welvaart. Voor de Eerste Wereldoorlog was nog ongeveer 6% van de bevolking ouder dan 65 jaar, in de geïndustrialiseerde wereld vandaag is dat 18% en meer. Het ziet er zelfs naar uit dat tegen het midden van de 21ste eeuw in Europa ongeveer tussen de 24% en 30% 65-plussers zullen zijn. In 1950 was de gemiddelde levensverwachting wereldwijd ongeveer 48 jaar. In 2019 is die geklommen tot boven de 72 jaar. Daarbij speelt een sterke daling van de kindersterfte een belangrijke rol. Kindersterfte trekt de gemiddelde levensverwachting fors naar beneden. Naarmate we kindersterfte uitbannen, benadert de levensverwachting steeds meer de “normale” levensduur van de mens als biologische soort.

Net als de stijging van het bevolkingsaantal is ook de vergrijzing van de bevolking een eindig proces. Een daling van de kindersterfte heeft in België niet langer een invloed op levensverwachting. Het Federaal Planbureau voorziet dat het tempo van een verdere stijging van de levensverwachting geleidelijk afneemt. Tegen 2070 zou volgends die projectie de levensverwachting van vrouwen de grens van 90 jaar bereiken en voor mannen op 88 jaar uitkomen. De levensverwachting zal ophouden met stijgen, terwijl de maximale levensduur van de mens als soort min of meer constant blijft.

De demografische transitie leidt tot een nieuw demografisch regime: van een piramide gekenmerkt door hoge kindersterfte en lage levensverwachting over een kerstboomvorm (minder geboortes, toenemende levensverwachting) naar een rechthoekige vorm met weinig uitval door vroegtijdig sterven en een kleine piramidale top vanaf de leeftijd van ongeveer 80 jaar.

*Deboosere, P. (2023), Een demografische kijk op de veroudering van de bevolking. In: Vranken, J., De Decker, P., Verté, D. & Crivit, R.: Ongehoord en ongezien. Hoe Vlaanderen vergrijst. Antwerpen: Gompel&Svacina. pp 29-45.

De evolutie naar een superdiverse samenleving zet zich door. Na Brussel, Vilvoorde, Antwerpen en Genk volgt langzaam de rest van Vlaanderen.

Momenteel is migratie de belangrijkste reden voor de toename van de bevolking in Vlaanderen en Brussel. Migratiestromen vallen moeilijk te voorspellen en zijn deels verbonden aan onvoorspelbare gebeurtenissen zoals de oorlog in Oekraïne. Vandaag zijn meer dan 8.000.000 Oekraïners op de vlucht. Dat terwijl Europa door omstandigheden ondertussen zelf evolueerde van emigratie regio (wereldoorlogen) naar een immigratieregio (heropbouw). Bovendien zien we ook een toegenomen migratie vanuit Afrika naar Europa.

In 2020 woonde 3,59% van de wereldbevolking niet in het land van geboorte. Dat zijn 281 miljoen mensen, een lichte stijging in vergelijking met 2005 (3,2%). Daarvan migreert 30% naar Europa, vooral als arbeidsmigranten. De overgrote stroom van migranten is legaal. Daartegenover staat groeiende steun voor antimigratiepartijen in Europa en een beleid dat meer en meer mikt op sluiten van de grenzen (Europa telt ondertussen al meer dan 2.000 km hekkens in combinatie met pushbacks). Maar uit onderzoek blijkt dat antimigratieattitude een generatiekenmerk is. Nieuwe generaties zouden meer open staan voor migranten, ook met het vorderen van de leeftijd. Antimigratieattitude is geen leeftijdskenmerk.

Migratie brengt culturele diversiteit met zich mee en de zeer diverse vormen en tijdstippen van migratie maakt die diversiteit superdivers. Superdiversiteit is het gevolg van een proces van diversifiëring in zowel de volledige samenleving als in de migrantengemeenschappen zelf. Daarbij spelen drie onderscheiden dimensies een rol.

  • Kwantitatief: toename etnisch-culturele diversiteit (evolutie naar majority-minority-steden, geleidelijk aan ook in suburbane gebieden)
  • Kwalitatief: veranderende migratiepatronen leiden tot groeiende diversiteit in de diversiteit (meer landen van herkomst, grotere meertaligheid, verschillende migratiemotieven en verblijfsstatuten, groeiende verschillen in socio-economische positie …)
  • (Omstreden) proces van normalisering waarbij diversiteit niet meer de uitzondering is, maar de norm (wordt)

Tussen 1990 en 2020 gaat dit proces samen met de volgende ontwikkelingen:

  • het aantal inwoners met een Belgische nationaliteit stijgt
  • het aantal inwoners met een Belgische geboortenationaliteit is min of meer stabiel
  • het aantal inwoners met een Belgische herkomstnationalitiet daalt
Bron: Atlas Superdiversiteit

Begin 2022 woonden er in het Vlaamse Gewest ongeveer 1.677.000 personen (25% van de totale wettelijke bevolking) van buitenlandse herkomst (minstens één ouder met een buitenlandse geboortenationaliteit). In 2010 was dat nog 10%. Ongeveer 4 op de 10 personen van buitenlandse herkomst zijn afkomstig van één van de 27 lidstaten van de Europese Unie.

Het aandeel personen met een buitenlandse herkomst ligt veel hoger in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daar was begin 2022 76% van de bevolking van buitenlandse herkomst, voornamelijk van niet-EU herkomst. Binnen het Vlaamse Gewest ligt het aandeel personen van buitenlandse herkomst het hoogst in de grootsteden Antwerpen en Gent.

Bron: Atlas Superdiversiteit

Bovenstaande kaart uit de Atlas Superdiversiteit toont hoe Vlaanderen geleidelijk aan in navolging van Brussel, Antwerpen, Gent en de mijnregio in Limburg steeds meer mensen telt van buitenlandse herkomst.

Vandaag kan je de culturele diversiteit op lokaal niveau (gemeenten) zelf gedetailleerd in beeld brengen via:

Vlaanderen en Brussel zijn niet onderhevig aan een ‘tsunami’ van vluchtelingen. Oekraïense vluchtelingen krijgen recent relatief veel beschermingscertificaten vergeleken met hervestigingsbesluiten voor andere vluchtelingen.

In het heersende maatschappelijke debat naar aanleiding van vluchtelingencrises worden soms begrippen gebruikt als ‘exodus’ en ‘tsunami’. De reactie op zo’n toonzetting neigt sterk naar ‘grenzen sluiten’, ‘hekkens plaatsen’, ‘pushbacks’. Tellingen leren dat 0,34% van de wereldbevolking op de vlucht is, dat zijn wereldwijd 27,1 miljoen vluchtelingen. Vier vijfde van die vluchtelingen blijft in het Globale Zuiden. 13% van die 27,1 miljoen vluchtelingen komt naar Europa. 

Bron: Van Bavel, J. (2022). Lessenreeks ‘Globale Uitdagingen voor een duurzame samenleving’ (KULeuven), PPT-presentatie over ‘Migratie’. 

Sinds 2013 heeft België een structureel hervestigingsprogramma en engageert ons land zich ertoe om elk jaar een aantal kwetsbare vluchtelingen op te vangen. Sindsdien zijn er 4.526 vluchtelingen hervestigd in België, waaronder 4.060 Syrische vluchtelingen en 315 Congolese vluchtelingen.  

Bron: FedAsil

Minder dan de helft van de vluchtelingen die zich in België melden krijgt een vluchtelingenstatus. Sinds 2017 krijgt een meerderheid een weigeringsbeslissing. 

Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen naar aanleiding van inval van Rusland een aparte behandeling. Op 9 juni 2023 en sinds 10 maart 2022 kregen 70.415 Oekraïense vluchtelingen een beschermingscertificaat. 16.922 onder hen hadden nood aan opvang. 22.815 onder hen waren minderjarig toen ze zich hier meldden, 1.245 daarvan waren niet begeleid.

Het aantal personen met een erkende handicap blijft stabiel (6-6,5% van de meerderjarige bevolking) in het Vlaamse Gewest.

In 2020 gaf bijna 1 op de 5 personen van 15 jaar en ouder uit het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan vanwege een gezondheidsprobleem beperkt te zijn geweest in activiteiten die mensen gewoonlijk doen. Bij de personen van 65 jaar en ouder liep dit op tot ruim 1 op de 3. Bij de bevolking van 15 jaar en ouder bleef dit aandeel de voorbije jaren vrij stabiel. Bij de bevolking van 65 jaar en ouder is dit aandeel gedaald sinds 2001.

Op basis van de enquête naar de arbeidskrachten had in 2021 14,4% van de bevolking in het Vlaams Gewest tussen 15 en 64 jaar hinder door een handicap, langdurige aandoening of ziekte in hun dagelijkse bezigheden (op het werk of daarbuiten). In absolute aantallen ging het in 2021 om ongeveer 602 000 personen. Het aandeel en het aantal personen dat in de bevraging aangeeft deze hinder te ervaren, bevindt zich sinds 2017 op hetzelfde, relatief hoge niveau, na een toename in de jaren ervoor.

Niet al die mensen uit Vlaanderen en Brussel doen een beroep op steun van de overheid omwille van de ervaren beperking. In 2020 telde het Vlaamse Gewest 333.295 inwoners (6,2%) met een door de FOD Sociale Zekerheid erkende handicap.

Afgezet tegenover de totale bevolking ligt het aandeel personen met een erkende handicap bij vrouwen hoger dan bij mannen. Eind 2020 ging het om 7,2% bij de vrouwen en 5,2% bij de mannen. Naar leeftijd neemt het aandeel met een erkende handicap sterk toe bij de oudere groepen. Bij de groep tot 34 jaar ging het in 2020 om 2%, bij de groep van 85 jaar en ouder om 34%. Tussen 2010 en 2020 is het aandeel personen met een erkende handicap bij de oudste leeftijdsgroepen duidelijk afgenomen. Dat zorgt ervoor dat ondanks de veroudering van de bevolking het aandeel met een erkende handicap in de totale bevolking in 2020 niet aanmerkelijk hoger ligt dan in 2010.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telde in 2020 18.778 personen met een door FOD Sociale Zekerheid erkende handicap. Verhoudingsgewijs kregen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opvallend meer personen tussen 21 en 64 jaar een erkenning voor hun handicap. Dat heeft vooral te maken met de jonge bevolkingsgroep typerend voor Brussel. Gezien de complexe bevoegdheidsverdeling en opeenvolgende staatshervormingen binnen het beleidsdomein zorg en welzijn is het niet eenvoudig, en zeker al niet in Brussel, om het aantal personen met een (erkende) handicap te tellen, laat staan om ontwikkelingen in beeld te brengen.

19% van de 333.295 personen uit het Vlaams Gewest met een door de FOD Sociale Zekerheid erkende handicap had in 2020 een ziekte van het botspierstelsel of bindweefsel en 15% werd geconfronteerd met een psychische stoornis of gedragsstoornis. Daarna volgden ziekten van hart- en vaatstelsel (8%) en ziekten van het zenuwstelsel (6%).

De scholingsgraad in Vlaanderen stijgt. Het aantal vroege schoolverlaters en laaggeschoolden daalt. Meer dan mannen vinden vrouwen met succes hun weg naar hogere opleidingen.

In 2022 was 14,6% van de 25- tot 64-jarigen in het Vlaamse Gewest laaggeschoold, 38,7% middengeschoold en 46,7% hooggeschoold. Laaggeschoolden zijn personen zonder een einddiploma van het secundair onderwijs. Middengeschoolden hebben het secundair onderwijs of het postsecundair niet-hoger onderwijs met succes afgewerkt. Hooggeschoolden beschikken over een diploma hoger onderwijs.

Het aandeel laaggeschoolden daalde tussen 1999 en 2022 van 42,3% naar 14,6%. Een omgekeerde evolutie was er bij de middengeschoolden en de hooggeschoolden: in vergelijking met 1999 zijn de aandelen midden- en hooggeschoolden duidelijk gestegen, respectievelijk van 32,5% naar 38,7% en van 25,2% naar 46,7%. Het aandeel hooggeschoolden is het sterkst gestegen.

Vrouwen zijn gemiddeld hoger geschoold dan mannen. In 2022 was 51,3% van de vrouwen hooggeschoold tegenover 42,2% van de mannen. Daartegenover staat dat 15,1% van de mannen laaggeschoold is en 14,1% van de vrouwen.

In 2021 had 50,9 % van de 25- tot 34-jarigen in België een diploma van het hoger onderwijs. Om de duurzame ontwikkelingsdoelstelling (SDG’s) te realiseren, moet dat cijfer in 2030 minstens 45 % bedragen. Dat doel is bereikt.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt onder haar 30 tot 34-jarigen relatief meer hoogopgeleiden (60,5%) dan het Vlaamse Gewest (56,2%), maar relatief ook meer vroegtijdige schoolverlaters. In 2022 waren er in België 6,4% vroegtijdige schoolverlaters in de bevolking van 18 tot 24 jaar. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was dat 7,4%, in het Vlaamse Gewest 4,9%. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling (SDG’s) tegen 2030 te realiseren, moet de cijfers dalen naar nul procent. Dat doel wordt niet bereikt met een voortzetting van de trend sinds 2000. In verhouding tot de geformuleerde ambities evolueert het aantal vroegtijdige schoolverlaters dus ongunstig.

Bron: Statbel

In 2022 noteren we het hoogst aandeel werkenden ooit. De grootste groep inactieven in het Vlaamse Gewest is arbeidsongeschikt door langdurige gezondheidsproblemen.

In 2022 werkte 70,5% van de bevolking van 15 tot 64 jaarin het Vlaamse Gewest. Dat is aanmerkelijk meer dan in 1999 (62,6%) en het hoogste aandeel werkenden dat tot nog toe werd genoteerd. Ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt de activiteitsgraad sinds 2020 terug toe, ook al ligt die met 67,7% lager dan in het Vlaamse Gewest.

Bron: Steunpunt Werk

Ook voor de werkzaamheidsgraad, het aandeel werkenden in de bevolking op arbeidsleeftijd (20-60 jaar) tekenen we een gelijkaardig verschil op voor het Vlaams (76,7%) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (65,2%).

Bron: Steunpunt Werk

De werkloosheidsgraad, het procent van de beroepsactieve bevolking (de bevolking die zich aanbiedt op de arbeidsmarkt) dat geen werk heeft, is in vergelijking met het Vlaamse Gewest (3,2%) hoger in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (11,5%).

Bron: Steunpunt Werk

In 2022 waren er in het Vlaamse Gewest gemiddeld per maand 215.823 werknemers met een uitkering voor volledige of tijdelijke werkloosheid. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 74.996 personen. Daarmee woonde 46% van het totaal aantal personen met een werkloosheidsuitkering voor volledige of tijdelijke werkloosheid in België in het Vlaamse Gewest en 16% in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

In 2022 ontving in het Vlaamse Gewest gemiddeld 2,7% van de bevolking van 18 tot 64 jaar een uitkering als werkzoekende UVW (uitkeringsgerechtigde volledig werklozen). Dat aandeel lag het hoogst in de kustgemeenten, in Antwerpen en de rand rond Antwerpen, in de provincies Antwerpen en Limburg en in de centrumsteden.

De grootste groep inactieven in het Vlaamse Gewest is arbeidsongeschikt omwille van langdurige gezondheidsproblemen. Deze groep telt ongeveer 450.000 personen, namelijk 246.000 vrouwen en 204.000 mannen. Het relatief aantal arbeidsongeschikten ligt hoger in elk van de vijf provincies uit het Vlaamse Gewest dan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Op de tweede plaats van het aantal inactieven volgen de studenten met 378.000 inactieve personen. Het gaat om 200.000 vrouwen en 178.000 mannen. Ongeveer 314.000 inactieven van 20 tot en met 64 jaar geven aan (vervroegd of brug-) gepensioneerd te zijn (zonder daarnaast nog een betaalde job te hebben). Hier zijn mannen (167.000) meer vertegenwoordigd dan vrouwen (147.000).

279.000 inactieven zien zichzelf als huisvrouw/huisman. De grote meerderheid binnen deze categorie is vrouw (260.000). Daarna is er nog een restcategorie met een kleine 200.000 inactieven. Het gaat hier om personen die zichzelf niet in één van de bovenstaande categorieën konden terugvinden, maar bijvoorbeeld aangaven rentenier te zijn of vrijwilligerswerk te doen of zichzelf werkloos beschouwen maar niet aan de officiële criteria voldoen om bij de werklozen geteld te worden.

Bron: Statbel