Digitalisering, technologie en informatiesamenleving
De digitale transitie voltrekt zich in een hoog tempo. De digitalisering zet zich door op verschillende domeinen (markt, publieke dienstverlening, vrije tijd …) en is niet meer weg te denken uit onze samenleving, ook niet uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Tijdens twee jaar pandemie hebben we nieuwe technologie soms noodgedwongen omarmd. Tegelijkertijd ondervonden we dat hoge verwachtingen niet altijd werden ingelost. Sindsdien gaat de zoektocht naar een evenwicht tussen de ontegensprekelijke voordelen van technologie en de onlosmakelijk verbonden nadelen verder. Nieuwe mogelijkheden zoals virtual en augmented reality, artificiële intelligentie en human enchancement zijn nog volop in ontwikkeling. Ook voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk biedt de digitale transformatie grote kansen in de vorm van nieuwe, aanvullende en verrijkende mogelijkheden op het gebied van partcipatie, publieksbereik, leeromgevingen, gemeenschapsvoming en maatschappelijke actie.
Toch stemmen die ontwikkelingen beleidsmakers, bedrijven, middenveld en burgers tot nadenken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de maatschappelijke digitale transformatie inclusief en met de juiste accenten kan gebeuren? De digitale transitie daagt verschillende spelers in de samenleving uit om zicht te krijgen op mogelijke ontwikkelingen, zich op de toekomst voor te bereiden en, waar nodig en mogelijk, ontwikkelingen ook bij te sturen. Bijsturen lijkt alvast nodig op vlak van privacy, mis- en desinformatie, online veiligheid en de digitale kloof.
Een grote meerderheid van Vlamingen en Brusselaars kan zich geen leven meer voorstellen zonder smartphone en internet. Ze gebruiken het voluit om zich met andere mensen te verbinden. Voor andere ICT-toepassingen beschikt niet altijd iedereen over voldoende basisvaardigheden.
De laatste jaren zien we geen grote veranderingen in de wijze waarop Vlamingen technologie gebruiken. De grootste evoluties in het bezit van technologische producten zien we tegenwoordig niet meer op vlak van hardware, maar eerder op vlak van software en (abonnementen op) digitale diensten zoals streamingabonnementen.
82% van de volwassen inwoners van het Vlaamse Gewest had thuis een computer of laptop, 81% een smartphone en 51% een tablet. Op vlak van hardware zien we een opmars van smarthometoestellen, slimme met het internet connecteerbare toestellen zoals verlichting, thermostaat, TV en horloges. Zo heeft ondertussen al 53% van de volwassen inwoners van het Vlaamse Gewest een smart televisie.

De smartphone blijft evenwel het meest onmisbare toestel. 58% van de Vlamingen zou van al zijn toestellen en technologie de smartphone het minste kunnen missen. Ook tegenover de computer – die door 21% van de Vlamingen wordt bestempeld als het meest onmisbare toestel – blijft de smartphone aan terrein winnen.
Het relatieve belang van schermtoestellen

In 2022 had 95% van de huishoudens in het Vlaamse Gewest en 96% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een internetverbinding in huis. In 2012 ging dat respectievelijk om 80% en 79% van de huishoudens.

En wat doen al die inwoners van Vlaanderen zoal met hun technologische toestellen en internetverbinding? Sociale media (23%) en chat-apps (15%) neemt het grootste aandeel van de schermtijd (gemiddeld totaal: 185 minuten per dag) in beslag. Opgeteld is dat 38% voor verbinding. Twitter, Instagram en Facebook worden minder dan vroeger gebruikt, WhatsApp is het meest gebruikt. En toch lijken we ook weer wat meer ‘traditioneler converseren’ te appreciëren. Er is een lichte stijging in het aantal Vlamingen dat dagelijks belt (46%, +1), sms’t (40%, +1) en mailt (69%, +2). Dat is ook opvallend bij 18-24-jarigen. Verder gebruiken we onze schermen ook voor nieuws, media, digitale economie (63% van de Vlamingen shopt minstens één keer per maand online), het managen van onze gezondheid en onze relatie met de overheid wordt de smartphone steeds belangrijker als ‘toegangspoort’.

Voor 85% van de Vlamingen is het gebruik van een sociaal medium en/of een chatdienst een dagelijkse gewoonte. In de leeftijdsgroep van 18 tot en met 35 jaar is deze dagelijkse gewoonte het sterkst aanwezig (98%).

Het toenemend belang en gebruik van de smartphone en sociale media, leidt wel eens tot een gevoel van afhankelijkheid. 40% van de Vlamingen voelt zich afhankelijk van de smartphone. 36% vindt van zichzelf dat hij te veel tijd op de smartphone spendeert en 23% noemt zichzelf verslaafd aan de smartphone. Bij de 18-24-jarigen is dat gevoel nog meer uitgesproken, en zelfs toegenomen.[1]
Ook telewerken maakte sinds de COVID-19-pandemie opgang. Het draagvlak voor telewerken lijkt groter te zijn dan voor afstandsonderwijs. 15% volgde in het afgelopen jaar een cursus online. Als men vraagt naar de voorkeursvorm van onderwijs, is dat voor de meerderheid nog steeds offline (48%). 34% prefereert een hybride vorm van les volgen, tegenover 18% die resoluut de voorkeur aan online onderwijs geeft.[2]
In het najaar van 2022 gebruikte 92% van de volwassen bevolking in het Vlaamse Gewest het internet dagelijks of bijna dagelijks om informatie op te zoeken. Iets meer dan 80% gebruikte het internet (bijna) dagelijks voor communicatie en voor online bankieren. In vergelijking met 2021 is het (bijna) dagelijks gebruik van internet voor online aankopen nog iets toegenomen en het gebruik voor nieuws of muziek/televisie afgenomen. Bij de andere internettoepassingen is er weinig verschil tussen de 2 jaren.

Beschikken burgers wel over de vaardigheden om alle mogelijkheden van hun technologische producten en internettoegang optimaal te benutten? In 2021 had 54% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens digitale basisvaardigheden. Dat betekent dat die personen beschikken over de nodige basisvaardigheden op vlak van het opzoeken en controleren van online-informatie, het online communiceren, het gebruiken van software, het beheren van persoonlijke gegevens op het internet en het oplossen van problemen of het omgaan met computers of elektronische apparaten. 26% van de bevolking had meer gevorderde vaardigheden op al deze aspecten. Daartegenover staat dat 46% van de bevolking van 16 tot 74 jaar de nodige digitale basisvaardigheden mist: 37% heeft lage digitale vaardigheden en 8% heeft geen digitale vaardigheden of heeft geen internet gebruikt in de voorbije 3 maanden.

Ongeveer 9 op de 10 Vlamingen tussen 16 en 74 jaar beschikten in 2021 over basisvaardigheden of meer gevorderde vaardigheden op vlak van informatie en datageletterdheid (87%), communicatie (93%) of probleemoplossing (89%). Voor informatie en communicatie had minstens 75% meer gevorderde vaardigheden, voor probleemoplossing was dat 59%. Op vlak van het omgaan met software en het beheren van de persoonlijke online-informatie hebben heel wat minder personen minstens basisvaardigheden (respectievelijk 68% en 65%).

[1] Bron: imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)
[2] Bron: imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)
Vooral sommige ouderen, laaggeschoolden en mensen met een laag inkomen missen toegang tot en vaardigheden om digitaal mee te zijn. Dat die vaardigheden voortdurend moeten worden bijgewerkt om mee te blijven, maakt het er ook voor andere groepen niet makkelijker op.
Niet iedereen beschikt over de nodige connectiviteit en technologie en kan zich dat ook niet (altijd) veroorloven. In 2021 had 3% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar nog nooit internet gebruikt. Dat aandeel ligt veel lager dan de voorgaande jaren.

De digitale kloof in termen van toegang tot een slim toestel en connectiviteit is sterk gelinkt aan het inkomen. Vooral voor personen met een laag inkomen is toegang niet altijd evident. In het algemeen situeert de toegangskloof zich eerder op het vlak van connectiviteitdan op het vlak van toestellen.
Hoewel bijna alle Vlamingen in een huishouden met computer of tablet leven, leeft volgens de ‘imec.digimeter 2022’ 13% in een huishouden waar maar één zo’n toestel ter beschikking is. Bovendien weegt voor 1 op 3 Vlamingen de kost voor betere connectiviteit (vast of mobiel) te zwaar op het budget. 26% kan de stap naar een beter ‘vast internet’-abonnement niet zetten, omdat dat te duur is.
De digitale kloof kan ook met vaardigheden te maken hebben. De digitale vaardigheden nemen af met de leeftijd en toe met de scholingsgraad en het inkomen. Bij de 55- tot 74-jarigen uit het Vlaams Gewest had 64% in 2021 geen digitale basisvaardigheden. Bij de laaggeschoolden was dat 75% en bij mensen met een inkomen onder de 1.499 euro 69%.

Volgens de barometer Digitale Inclusie 2022 bevindt België zich met 39% van de personen die in 2021 over zwakke digitale vaardigheden beschikken, boven het Europese gemiddelde (34%).

Barometer Digitale Inclusie 2022
Digitale vaardigheden zijn echter geen statisch gegeven. De nodige digitale vaardigheden van vandaag zijn niet die van morgen, waardoor het alsmaar belangrijker wordt te kunnen en te willen bijleren. De ‘imec.digimeter 2022’ observeert een afname in het (zelf)vertrouwenom digitale vaardigheden te leren (81%, -7 procentpunten in vergelijking met 2021), ook bij de 18-24-jarigen (87%, -7) en de 25-34-jarigen (91%, -5).
Sinds 2021 neemt de barometer Digitale Inclusie 2022 een nieuw domein van digitale vaardigheden op: alles in verband met veiligheid online (e-security of e-veiligheid). Deze barometer observeert nauwelijks een evolutie in digitale vaardigheden terwijl er steeds nieuw vaardigheidseisen bijkomen. Dit leidt tot een neerwaartse trend in de algemene digitale vaardigheden van Belgen tussen 16 en 74 jaar.
Vlaanderen toont een sterkere daling in het niveau van digitale vaardigheden dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het percentage personen met zwakke algemene digitale vaardigheden stijgt in Vlaanderen van 29% in 2019 naar 43% in 2021, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 31% in 2019 naar 35% in 2021.

Barometer Digitale Inclusie 2022
Naast toegang en vaardigheden spelen ook attitudes een belangrijke rol in de digitale kloof. Hier doet zich misschien wel de meest opmerkelijke evolutie voor. De piek van het techno-optimisme lijkt wat voorbij. Er sluipt onder impuls van de worsteling met enkele technologieparadoxen (afhankelijkheid van technologie, mis- en desinformatie, privacy, …) ambiguïteit in onze attitudeten aanzien van technologie. Onze relatie met technologie wordt genuanceerder en minder naïef.[1] Op vlak van vaardigheden en attitudes zijn er alsmaar meer indicaties dat de ‘mythe’ van de ‘digital native’ op verschillende manieren een deuk krijgt. Wie in een gedigitaliseerde omgeving geboren is (de 18-34-jarigen) blijkt steeds minder per definitie digitaal vaardig te zijn en eenzijdig positief te staan tegenover technologie.
Toch staat volgens de ‘imec.digimeter 2022’ een meerderheid van de Vlamingen nog steeds positief ten aanzien van technologie en vindt een meerderheid technologie nog altijd leuk. Voor een meerderheid van de Vlamingen (71%,) maakt technologie het leven makkelijker en comfortabeler. Die attitude varieertechter sterk naar inkomensniveau en leeftijd. Jongeren staan het meest positief ten aanzien van technologie (18-24-jarigen: 70%, en 25-34-jarigen: 72%). Zij zien vooral het voordeel van technologie, doordat het voor hen een duidelijke en belangrijke sociale functionaliteit heeft. Zo helpen digitale technologieën volgens 62% (+11) van de 18-24-jarigen om meer of betere relaties te hebben met vrienden en familie.
[1] imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)
Big data is big business, maar ook een bedreiging voor de privacy. Ondanks regulering door overheden maken veel burgers zich nog steeds zorgen over hun privacy.
Door de toename van sensoren, dataopslag en toenemende rekenkracht ontstaat ‘big data’. Dit zijn datasets die we als mens niet meer georganiseerd kunnen analyseren en interpreteren. Slimme algoritmes helpen hierbij. Met behulp van kunstmatige intelligentie zal deze data onze leefwereld steeds beter voorspelbaar en bestuurbaar maken. Deze ontwikkeling roept vragen op ten aanzien van de ‘macht’ van data. Naast overheden (bv. in kader van ontwikkeling naar smart cities) maken ook bedrijven meer en meer gebruik van big data-analyse.
In 2020 analyseerde 8% van de bedrijven in het Vlaamse Gewest met 10 of meer werknemers zelf eigen big data uit slimme apparaten of sensoren. Daarnaast maken andere bedrijven ook gebruik van externe serviceproviders voor de analyse van data die het bedrijf zelf verzamelt en in bezit heeft.

Nog meer bedrijven uit het Vlaams Gewest met 10 of meer werknemers (23%) analyseerde in 2020 big data uit om het even welke bron, dus ook uit andere dan eigen bronnen. Dat zijn meer bedrijven dan in 2016 en 2018. Het gaat dan onder meer ook om big data afkomstig van smartphones of sensoren, van geolocatie van draagbare toestellen of van sociale media.

Grote ondernemingen doen meer zelf eigen big data-analyse uit eigen slimme apparaten en sensoren. In 2020 deden 37% van de bedrijven in het Vlaams Gewest met meer dan 250 werknemers aan eigen big data-analyse.

Een meerderheid van de grote bedrijven (55% van de bedrijven met meer dan 250 werknemers) deed in 2020 aan big data analyse uit om het even welke bron.

Social media en geolocatie van draagbare toestellen waren in 2020 de meest populaire bronnen om aan big data-analyse te doen.

De populariteit van allerlei onlinediensten neemt toe samen met de bezorgdheid voor privacy, transparantie en controle over persoonlijke data. Het toenemende belang van data voor economische en maatschappelijke doeleinden leidt ertoe dat we anders gaan denken over de waarde en toegankelijkheid van data. Data is big business geworden. Burgers, bedrijven en overheden claimen data-soevereiniteit en willen bewuste keuzes kunnen maken ten aanzien van gegevens die ze aan anderen beschikbaar stellen. Daartoe wordt steeds meer regels ingevoerd en afspraken gemaakt. Toch maakt de helft van de Vlamingen maakt zich nog zorgen om hun online privacyen 70% stoort zich aan bedrijven die hierover niet transparant zijn.[1]
In 2021 had 60% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens 1 internetactiviteit uitgevoerd om de toegang tot persoonlijke gegevens te beheren. De meest voorkomende acties hebben betrekking op het beperken of weigeren van toegang tot de eigen gegevens: het weigeren van het gebruik van de eigen persoonlijke gegevens voor reclamedoeleinden (44%), het beperken of weigeren van de toegang tot de eigen geografische locatie (40%) en het beperken van de toegang tot het eigen profiel of inhoud op sociale netwerken of op clouddiensten voor het online opslaan van gegevens (31%). Het lezen van het privacy beleid (21%) of het controleren van de veiligheid van de website (23%) vooraleer persoonlijke gegevens in te voeren gebeurde ongeveer door een vijfde van de bevolking. 9% vroeg aan websites of zoekmachines om hun persoonlijke gegevens aan te passen of te verwijderen.

[1] imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)
Technologische innovaties en ontwikkelingen (platformen, digitale valuta, augmented reality, virtuele realiteit, metaverse, internet of things, human enchancement en artificiële intelligentie) zullen ons leven ingrijpend veranderen en brengen maatschappelijke discussies over verantwoordelijkheden mee.
Een aantal technologische ontwikkelingen waaronder digitale platformen, virtual reality (VR), augmented reality (AR), artificiële intelligentie (AI), internet of things, human enhancement en digitale valuta zijn nog volop aan de gang. De ene innovatie is al wat verder gevorderd en ingeburgerd dan de andere.
Digitale platformen en platformeconomie zijn al sterk geïmplementeerd. Verschillende diensten worden geïntegreerd binnen een ’super app’ waarmee gebruikers direct toegang hebben tot, bijvoorbeeld, mobiliteit, vermaak of verzekeringen. Zo’n integratie moet bijdragen tot een optimale gebruikerservaring en nieuwe verdienmodellen. Andere digitale platformen brengen mensen samen, introduceren nieuwe vormen van samenwerking en dragen bij aan het ontstaan en verspreiden van ideeën.
Zo is de verhuur van accommodaties aangeboden door particulieren via een online platform ondertussen al sterk ingeburgerd. In 2021 werden 644.000 verblijven gereserveerd via een online platform (Airbnb, Booking.com, Expedia of TripAdvisor), waarbij reizigers in totaal 6.520.000 nachten spendeerden. Dat betekent een substantiële toename in vergelijking met het coronajaar 2020, maar een afname met respectievelijk 22% voor de reservaties en 7% voor het aantal overnachtingen ten opzichte van het pre-coronajaar 2019.[1]
Platformen brengen mogelijkheden voor big data-analyses, maar daaraan gekoppeld ook privacy-issues met zich mee. Ze veranderen de machtsverhoudingen op de markt. Ze zijn niet gebonden aan landsgrenzen en leveren daardoor geen evenredige bijdrage aan overheidsinkomsten uit belastingen. Financiële transacties kunnen ondertussen ook al zonder tussenkomst van banken via digitale Valutaofcryptovaluta en tegen zeer lage kosten uitgevoerd worden. Ook hierdoor ontstaan nieuwe verdienmodellen en beloningsstructuren. Tegelijkertijd kunnen cryptomunten financiële markten ontwrichten en dreigen ze bestaande spelers en toezichthouders buiten spel te zetten.
De ontwikkeling van platformen zal de komende jaren nog versnellen, onder meer door de introductie van nieuwe interfaces, zoals augmented reality. Augmented reality of aangevulde realiteit (AR) is een live, direct of indirect, beeld van de werkelijkheid waaraan elementen worden toegevoegd door een computer. Deze toegevoegde elementen bevatten veelal sensordata of extra informatie over de omgeving. Kennis en toepassing van augmented reality en sensoren op het lichaam blijven (voorlopig?) beperkt.
Ook virtual reality (VR) wordt meer en meer besproken, maar het gebruik blijft (voorlopig?) ook beperkt. VR is een kunstmatige, 3-dimensionale werkelijkheid die wordt gecreëerd door de computer. De virtuele realiteit reageert interactief op de gebruiker en is erop gericht dat de gebruiker de virtuele omgeving ervaart als de werkelijkheid en er zelf aan deelneemt. Het eerstkomend jaar zal VR door de afhankelijkheid van een fysieke bril nog niet doorbreken, maar de toevoeging van eye tracking in VR-brillen zal allicht veel veranderen. Straks weten bedrijven door jouw oogbewegingen, waar je interesses liggen. Deze data kunnen ze gebruiken voor commerciële doeleinden, bijvoorbeeld om gepersonaliseerde aanbiedingen te doen.
Naarmate AR en VR verder doorbreken kunnen we ook niet langer om metaverse heen. Metaverse is een virtuele wereld waarin gebruikers elkaar ontmoeten met hulp van AR en VR. Volgens Facebook is metaverse de nieuwe fase van het internet. Facebook paste haar naam zelfs aan naar “Meta”. Ook andere bedrijven innoveren met hulp van AR, VR en metaverse, zoals Nike en Adidas. Maar ook in de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk lanceerde Voem ondertussen al haar eigen Metaverse DiverzCity, een verzameling van 3D-ruimtes waarin gebruikers via een avatar (een digitale dubbelganger) werken, vergaderen, spelletjes spelen …. Tegen 2025 moet DiverzCity een levende virtuele stad zijn waar verschillende organisaties van over de hele wereld samen zullen werken en events organiseren.
Ook nieuwe generaties van sociale media en games creëren virtuele werelden, waarin gebruikers betekenisvolle ervaringen opdoen en nieuwe praktijken ontwikkelen. Vermaak, werk en onderwijs verplaatsen zich op deze manier naar de virtuele werkelijkheid. Dit betekent onder meer dat een (nog) groter deel van ons leven zich buiten het toezicht van overheden zal afspelen en digitale platformen nog machtiger zullen worden.
In de toekomst zullen niet meer alleen sensoren, maar ook apparaten aangesloten worden op het internet. We spreken dan over het Internet of Things (IoT). Een sprekend voorbeeld is de koelkast die kan communiceren met de supermarkt op het moment dat de melk op is en deze voor je bestelt. Voorlopig zijn vooral televisietoestellen, horloges, spelcomputers en audioapparatuur met het internet verbonden. Maar verbindingen met andere toepassingen (auto, thermostaat, alarmsystemen, …) zullen in de toekomst toenemen.

Bron: Statbel (cijfers voor 2022)
Al die ontwikkelen zullen ook meer en meer de menselijke mogelijkheden uitbreiden. We spreken dan over ‘human enhancement’ of mensoptimalisering. Technologie helpt ons en zal ons nog meer helpen om onze fysieke en cognitieve beperkingen te overwinnen. Nieuwe interfaces vormen een uitbreiding van onze zintuigen, robotica versterkt ons fysieke mogelijkheden en de samenwerking met digitale assistenten kunnen onze cognitieve capaciteiten versterken. Zo kunnen kleurenblinden vandaag al kleuren ‘horen’ via een schedelimplantaat.
Artificiële intelligentie (AI), de mogelijkheid van machines om te redeneren, te leren, te plannen en creatief te zijn, staat ondertussen sterk in de belangstelling dankzij de lancering van chatGPT en andere AI-toepassingen. Steeds meer Vlamingen kennen het begrip AI (79%).[2] 43% van de Vlamingen kan ook uitleggen wat het betekent. Artificiële intelligentie zal in de komende jaren steeds vaker zelfstandig gaan handelen. In eerste instantie zal dit beperkt blijven tot ‘onschuldige’ toepassingen, maar geleidelijk aan komen hier complexere taken bij en dringt de technologie dieper in ons leven door. Het is echter nog niet duidelijk of en hoe we met deze machines kunnen samenleven en waar we de grens trekken met betrekking tot verantwoordelijkheden.
Uit de eerste resultaten van het AI Diffuse project van de OESO blijkt dat het gebruik en de eigen ontwikkeling van artificiële intelligentie bij ondernemingen (voorlopig?) nog vrij beperkt is. In België is het gebruik ervan wel relatief hoog in vergelijking met andere landen. Zowel de ontwikkeling als het gebruik van AI neemt duidelijk toe met de grootte van de onderneming.

[1] Statbel: https://statbel.fgov.be/nl/nieuws/online-platformen-waren-2021-goed-voor-6520000-overnachtingen-bij-particulieren
[2] imec.digimeter 2022: https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf
Internetfraude, computercriminaliteit en des- en misinformatie maken burgers, overheden en marktspelers kwetsbaar en dwingen hen om beschermingsmaatregelen te nemen.
De digitale transitie maakt dat we in toenemende mate afhankelijk worden van technologische systemen en hun ontwikkelaars. Het maakt burgers, marktspelers en overheden ook kwetsbaar voor nieuwe fenomenen zoals cyberspionage, hacks, phishing, spam en fake news. Zelfs een kleine programmeerfout kan al enorme gevolgen hebben.
Phishing is een vorm van internetfraude waarbij valse berichten verstuurd worden om inloggegevens, creditcardinformatie, pincodes of andere persoonlijke gegevens te achterhalen. Zo’n berichten komen voor in alle vormen: per e-mail, maar ook steeds meer via tekstberichten en sociale media. Oplichters grijpen elke actualiteit aan om berichten te versturen die de nieuwsgierigheid van mensen opwekken. In 2020 stuurde de internetgebruiker 3.200.000 verdachte berichten door naar ‘safeoneweb’, een cybersecuritydienst van de federale overheid. Phishingberichten zijn en blijven ook in 2021 de belangrijkste toegangspoort voor computercriminelen.[1] Ruim 7 op 10 Vlamingen (72%, -5) hebben in 2022 frauduleuze berichten(phishing) ontvangen.[2] Eén op vijf Vlamingen werd daarmee naar frauduleuze websites(pharming) omgeleid in een poging persoonlijke info te ontfutselen. Gelukkig denkt 77% van de Vlamingen meer na vooraleer op een weblink in een chat, e-mail of sms te klikken.
Effectieve internetfraude komt minder vaak voor dan pogingen daartoe via phishing. Internetfraude slaat op de verschillende vormen van oplichting die op het internet voorkomen. De cijfers tonen wel een sterke groei van het aantal online fraudegevallen tussen 2018 en 2020 (+91%), gevolgd door een meer gematigde groei tussen 2020 en 2021 (+4%).

Computercriminaliteit wordt gedomineerd door informaticabedrog met meer dan 82% van de zaken in 2021. Hacking en computervervalsing komen op de tweede en derde plaats met respectievelijk 9,5% en 7,5% van het totaal. Ten slotte blijft sabotage relatief marginaal met minder dan 1% van het totaal.

In het Vlaamse Gewest had in 2022 4% van de inwoners van 16 tot 74 jaar problemen in verband met beveiliging en privacy ervaren bij het gebruik van met het internet verbonden apparaten of systemen. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest was dat 2%. Het aandeel in het Vlaamse Gewest is wat hoger dan het EU27-gemiddelde (3%).

Een van de paradoxen van de digitale transformatie is de waarheidsparadox: het alsmaar meer vertrouwen op de onuitputtelijke en makkelijk te bereiken online informatiebronnen, tegenover de toenemende bezorgdheid omtrent de waarheid van die digitale informatie (desinformatie, fake news, phishing, …).
Het merendeel van de Vlamingen vindt het volgen van nieuws belangrijk (81%). Toch is men vaker bezorgd over de invloed van desinformatie en fake news: deze bezorgdheid neemt toe. Het merendeel van de Vlamingen (65%) is er nog steeds van overtuigd dat we beter geïnformeerd zijn dankzij het internet, maar een nog groter aandeel van diezelfde Vlamingen maakt zich zorgen om de invloed van valse nieuwsberichten op onze samenleving (75%).[3] 49% van de Vlamingen probeert de betrouwbaarheid van nieuws (en de bronnen daarvan) te controleren.
60% van de volwassen bevolking in het Vlaamse Gewest gaf in het najaar van 2022 aan (heel) veel vertrouwen te hebben in de berichtgeving van nieuwsprogramma’s op televisie. Het vertrouwen in de berichtgeving van nieuwsprogramma’s op de radio (56%) en van kranten lag iets lager (48%). Het minst vertrouwen was er in nieuwsberichten op nieuwswebsites op het internet (27%) en op sociale media (10%).

[1] Centre for cyber security Belgium: https://ccb.belgium.be/nl/nieuws/2021-online-oplichters-liggen-op-de-loer
[2] Imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)
[3] Imec.digimeter 2022 (https://www.imec.be/sites/default/files/2023-03/imec_digimeter_2022.pdf)


