Verenigen en vrijwillige inzet

Het verenigingsleven is nog steeds erg populair in Vlaanderen en Brussel. Vlaanderen telt ongeveer 50.000 geregistreerde verenigingen. Dat is een zeer bonte verzameling met onder meer vakbonden, jeugdbewegingen, theatergroepen, hobbyclubs, sportverenigingen, doelgroepverenigingen, milieubewegingen, natuurverenigingen, erfgoedverenigingen …   

De vaak aangehaalde stelling dat de deelname aan het verenigingsleven achteruit gaat, blijkt voorlopig niet uit participatiegegevens. Wat de globale participatie betreft, kunnen we geen eenduidige op- of neerwaartse beweging vaststellen. Sportverenigingen spannen de kroon rond deelname aan activiteiten en lidmaatschappen. Sociaal-culturele organisaties en het jeugdwerk kunnen dan weer rekenen op relatief veel vrijwilligers. 

We horen ook vaak dat de vrijwilliger vandaag niet meer de vrijwilliger van vroeger is. Hoewel we de evoluties in het vrijwilligerswerk niet moeten overschatten, observeren we meer episodisch vrijwilligerswerk. Dat brengt andere vragen en verwachtingen van vrijwilligers naar organisaties met zich mee. Tegelijk zijn ook de organisaties die met vrijwilligers werken niet meer dezelfde als vroeger.  

Relatief meer hooggeschoolden komen aan bod in het verenigingsleven. Ze nemen vaker deel aan activiteiten van verenigingen, ze zetten zich vaker als vrijwilliger in en nemen vaker verantwoordelijkheid op als bestuurslid in een vereniging.  

Enkele observaties:

Deelname aan activiteiten van de vele en erg diverse verenigingen blijft stabiel over de tijd. Iets meer dan de helft van de Vlamingen en Brusselaars (hoogopgeleiden relatief meer dan laagopgeleiden) neemt minstens 1 keer per jaar deel aan activiteiten van een vereniging.

Volgens de Barometer Samenleven nam zo’n 50% van de Vlamingen en de Brusselaars tussen 18 en 85 jaar in de loop van 2022 deel aan minimum één activiteit van een vereniging.  

Bron: Barometer Samenleven

Uit de ParticipatieSurvey (PaS) leren we dat de algemene participatiegraad (actieve deelname aan het verenigingsleven) sinds 2004 rond 55% schommelt. In 2020 bedroeg de participatiegraad 53,4%.  

Bron: Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie (PaS 2020)

Het Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie tekent tussen 2004 en 2020 wel een aantal verschuivingen op in de participatie aan de onderliggende verenigingssoorten. De deelname aan sportverenigingen blijft stabiel over de jaren, net als de deelname aan gemeenschapsvormende verenigingen (verenigingen die zich richten op groepen die gemeenschappelijke kenmerken vertonen zoals vrouwenverenigingen, wijk- en buurtcomités, doelgroepverenigingen, jeugdverenigingen …) en cultuurverenigingen. Deelname aan hobbyverenigingen neemt toe, terwijl de deelname aan maatschappelijke bewegingen (verenigingen die zich richten op maatschappelijke kwesties zoals mensenrechten, armoede, duurzaamheid …) de negatieve trend die werd ingezet in 2009 lijkt om te buigen. 

Bij de eerste twee meetmomenten (2004 en 2009) namen laagopgeleiden (geen diploma secundair onderwijs) niet minder deel aan het verenigingsleven dan personen met een diploma secundair onderwijs. Sinds de meting van 2014 noteert het Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie een lagere participatiegraad voor laagopgeleiden dan voor middenopgeleiden (diploma secundair onderwijs). 

De helft van de inwoners uit het Vlaamse Gewest is actief lid van minstens één vereniging. Sportverenigingen trekken veruit het meeste leden aan. Relatief meer mannen en hoogopgeleiden hebben een lidkaart van één of meerdere verenigingen.

Ongeveer de helft van de volwassen inwoners van het Vlaamse Gewest (51%) gaf in het najaar van 2022 aan actief lid te zijn van minstens 1 vereniging en minstens af en toe deel te nemen aan de activiteiten van die vereniging.  

32% was actief lid van 1 vereniging, 14% van 2 verenigingen en 6% van 3 of meer verenigingen.  

Sportverenigingen zijn het meest populair. 28% van de Vlamingen van 18 jaar en ouder waren in 2022 actief lid van een sportvereniging. Sport Vlaanderen observeert een toename van het aantal leden van sportverenigingen. In 2021 waren 1.403.437 inwoners van het Vlaamse Gewest lid van minstens 1 sportclub aangesloten bij een erkende of gesubsidieerde sportfederatie. Dat is net iets meer dan in 2020 en 13% meer dan in 2014. 

Vooral kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar zijn lid van een sportclub. Tussen 20 en 70 jaar blijft het aantal leden vrij stabiel, om na 70 jaar af te nemen met de leeftijd. 

Na de sportverenigingen tellen hobbyverenigingen (8%) en socio-culturele verenigingen (7%) de meeste leden.  

Mannen zijn vaker actief lid van een vereniging dan vrouwen, dat is vooral zo bij sportverenigingen. Maar het grootste verschil zit bij scholingsgraad: hooggeschoolden zijn veel vaker actief lid van een vereniging dan laaggeschoolden. 

In 2020 telden de 52 erkende verenigingen uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk bijna 600.000 leden. Dat is een onderschatting. In tegenstelling tot de voorgaande jaren was de registratie van de activiteiten voor socio-culturele verenigingen in 2020 niet meer verplicht maar vrijwillig. Daardoor zijn de cijfers voor dat jaar niet vergelijkbaar met voorgaande jaren. Bij zo goed als alle verenigingen die voor 2020 een aantal leden hebben ingediend, is er evenwel sprake van een daling van het ledenaantal. Cijfers voor 2021 over het aantal leden van de socio-culturele verenigingen zijn niet beschikbaar. 

Ongeveer 1/5 van de bevolking zet zich in zeer diverse contexten vrijwillig in. 1/10 van de inwoners van het Vlaamse Gewest is bestuurslid bij één of andere vereniging. In het sociaal-cultureel werkveld en het jeugdwerk vinden we verhoudingsgewijs veel actieve vrijwilligers.

Tijdens de coronajaren 2020 tot en met 2022 meldden meer dan 20% van de respondenten (15 tot 86-jarigen) van de ParticipatieSurvey (PaS) dat ze zich vrijwillig hebben ingezet. Het grootste deel onder hen doet dat regelmatig. Dat wil zeggen dat ze één tot meerdere keren per maand tot soms dagelijks, als vrijwilliger actief zijn geweest. Die ‘regelmatige vrijwilligers’ waren gemiddeld 19 uur per maand als vrijwilliger aan de slag. Iets minder, maar bijna evenveel, respondenten meldden episodisch als vrijwilliger actief te zijn geweest.  Zij besteden als vrijwilliger gemiddeld iets meer dan 8 uur per maand aan een duidelijk afgebakende taak. Dat kon een éénmalige taak zijn of een jaarlijks weerkerende taak tijdens een korte periode of een event.    

Bron: Kenniscentrum Cultuur- en Mediaparticipatie (Participatiesurvey 2022)

De context waarin zij vrijwillig aan de slag waren, was zeer verscheiden. Vrijwilligers waren overwegend actief in de context van sport en maatschappelijke dienstverlening.  

Bron: Kenniscentrum Cultuur- en Mediaparticipatie (Participatiesurvey 2022)

Onderzoek van CSI Flanders zoomt meer specifiek in op vrijwillige inzet in middenveldorganisaties. In 2019 rapporteert CSI Flanders dat 15% van de 403 middenveldorganisaties die deelnamen aan een organisatiebevraging zonder vrijwilligers werkte. 85% van de organisaties werkte met vrijwilligers. Die organisaties verschillen sterk van elkaar rond het aantal vrijwilligers waarmee ze aan de slag gingen. Organisaties uit het sociaal-cultureel werk (volwassenenwerk in de figuur hieronder) en het jeugdwerk tekenden de hoogste aantallen vrijwilligers op.   

Bron: CSI Flanders

Heel wat middenveldorganisaties ondervinden moeite om personen met een migratieachtergrond als vrijwilligers te engageren. De onderzoekers van CSI Flanders tekenden voor personen met een migratieachtergrond een ondervertegenwoordiging op in het vrijwilligersbestand bij 91% van de organisaties.  

Bron: CSI Flanders

De meest verspreide vorm van vrijwilligerswerk in het Vlaamse middenveld is het type vrijwilliger dat een duidelijk afgebakende taak op zich neemt gedurende een langere tijd. Toch is ook meer ‘momentgebonden’ of episodisch vrijwilligerswerk in sommige deelsectoren zeker aanwezig. De ondervraagde middenveldorganisaties deden vooral een beroep op vrijwilligers voor bestuurstaken en om te helpen nadenken over de doelstellingen en de werking van de organisatie.  

Bron: CSI Flanders

Op basis van een bevolkingsenquête rapporteert Statistiek Vlaanderen dat 10% van de volwassen inwoners van het Vlaamse Gewest in het najaar van 2022 bestuurslid van een vereniging (ook andere dan middenveldorganisaties) was. Dat is hetzelfde aandeel als in 2021. 

Mannen zijn veel vaker bestuurslid van een vereniging dan vrouwen. Naar leeftijd ligt het aandeel bestuursleden het hoogst bij de 65-plussers. Ook qua scholingsgraad is er een duidelijk verschil: hooggeschoolden zijn vaker bestuurslid van een vereniging dan laaggeschoolden.