Fase 1: Vertrek vanuit wat je veranderd wil zien
Opzet
Je start dit traject door je een scherp beeld te vormen van de maatschappelijke verandering waartoe je wil bijdragen. In een volgende fase ga je dit doel gebruiken om meervoudige perspectieven met elkaar te kruisen. De volgende fasen kan je dan ook moeilijk doorlopen als de gewenste maatschappelijke verandering niet duidelijk is voor (een deel van) de betrokkenen.
Je vertrekt vanuit de unieke droom van jouw organisatie of voor jouw project, maar vult die open in. Het veranderdoel valt niet één-op-één samen met de missie van je organisatie, omdat die vaak al elementen bevat van de manier waarop je organisatie tot nu toe werkte. Niet wat jullie vandaag al doen is het uitgangspunt, maar wat jullie in wezen zouden willen veranderd zien in de samenleving.
Je hebt openheid nodig om de gewenste maatschappelijke verandering vanuit verschillende perspectieven te kunnen bekijken. Vanuit die verschillende perspectieven komen wellicht heel andere manieren van werken naar voren die wel bijdragen aan dezelfde verandering, maar die niet lijken op jullie huidige werking.
Resultaat
Je formuleert een heldere maatschappelijke verandering waar je met je organisatie aan bijdraagt. Het is een beeld van een samenleving waarin de verandering die jullie voor ogen hebben al waargemaakt is. Je formuleert de maatschappelijke verandering dus in de bevestigende en tegenwoordige tijd.
Die formulering maak je bondig (enkele woorden tot een zin). Het punt op de horizon waar je met jullie organisatie naartoe wil werken: als jullie je werking sturen naar dat punt kun je samen met anderen bijdragen aan een gewenste maatschappelijke verandering.
Je eindigt deze fase met de formulering van een maatschappelijke verandering waarin iedereen in en rond jouw organisatie of project zich bij betrokken kan en wil voelen.
Voor je verder gaat
| Kritische factor | Organisatiebreed | Projectmatig |
| Procesverloop | Gezamenlijk scherpstellen van het veranderdoel als startpunt voor verdere fasen. | Formuleren van één maatschappelijk veranderingsdoel als basis voor samenwerking. |
| Timing | Gesprekken spreiden over verschillende groepen; tijd geven aan dialoog. | Korte oefening bij projectstart; eventueel hernemen tijdens verdere ontwikkeling. |
| Wie betrekken | Kernteam aangevuld met medewerkers en (bestuurs) vrijwilligers. | Kernteam en projectpartners. |
| Omgaan met weerstand | Erken twijfel en creëer duidelijkheid over het doel. | Benadruk gezamenlijke zoektocht en ruimte voor nuance. |
Organisatiebreed
In organisaties waar de missie en de visie sterk veranderingsgericht zijn, kan dit een evidente oefening zijn. Ga met de kerngroep in gesprek om na te gaan of de gewenste maatschappelijke verandering voldoende open geformuleerd is als iets dat al gerealiseerd is in de toekomst.
Nadien kun je de geformuleerde verandering voorleggen aan andere medewerkers en (bestuurs)vrijwilligers. Focus in die gesprekken op herkenbaarheid en de vraag hoe hun activiteiten, praktijken of projecten aansluiten op de verandering.
In andere organisaties vraagt het een langere en meer diepgaande oefening. Dat geldt bijvoorbeeld voor grotere organisaties waar beleidsmedewerkers meer afstand hebben van de lokale praktijken. Je kan zelf aan de slag gaan met de werkvormen (zie verder), maar het kan ook verstandig zijn je te laten begeleiden in een breder proces om je missie en visie scherp te formuleren.
De oefeningen in deze fase vragen inzicht in het beleid van je organisatie en zijn dus meer geschikt voor (beleids)medewerkers en bestuurders. Later kun je over het resultaat weer in gesprek gaan met eventueel andere medewerkers en vrijwilligers.
Project
Soms liggen de doelstellingen van een project op voorhand vast, dan kan je dit zelf snel vertalen naar een maatschappelijke verandering. Later kan je dat voorleggen aan het kernteam. Je hoeft hiervoor wellicht geen aparte vergadering in te plannen.
Voor een project dat zich nog in een beginfase bevindt en waarvan de doelen nog niet gedeeld zijn, is dit een moeilijkere oefening. Hier kan je een ‘Theorie of change’-benadering hanteren (zie werkvormen). Bij die oefening betrek je het kernteam, maar mogelijk nog andere partners binnen het project. Het hele projectplan zal sterker staan met een gedeeld veranderdoel.
Omgaan met weerstand
Het hoofdstuk ‘Kiezen voor een andere aanpak’ kan je helpen om mensen te doen begrijpen waarom maatschappelijke verandering de echte ‘drive’ is om dingen in beweging te brengen. Het toont dat jullie inzet op maatschappelijke verandering wordt versterkt door er meerdere perspectieven bij te betrekken. Het helpt om participatie en diversiteit te benaderen vanuit een interne gedrevenheid (of willen) in plaats van vanuit externe druk.
Soms kom je niet meteen tot een consensus over de geformuleerde verandering en moet je het gesprek meer ruimte en tijd geven. Dat verlengt wellicht de duur van het proces, maar creëert wel de juiste condities om betrokken en geëngageerd verder te werken. Maak duidelijk dat jullie samen zoeken naar een maatschappelijk veranderingsdoel, maar dat daarin nog nuance mogelijk is.
Mogelijke werkvormen
Voorzie een uur tot een dagdeel om deze opdracht tot een goed einde te brengen. Je kan volgende bronnen en werkvormen gebruiken als uitgangspunt voor dit gesprek:
1. Je missie en visie als bron
![]() | 1 dagdeel |
| kernteam of | |
| collega’s en bestuur | |
![]() | ook voor projecten |
Je kan starten bij de missie en visie van je organisatie. Stel dat jullie je missie waar kunnen maken: wat is er dan veranderd in de samenleving?
- Om het denkproces creatiever te maken kan je als basis voor het gesprek meer verbeeldende werkvormen inzetten (“maak een tekening of collage”, “beschrijf heel beeldend enkele situaties waaraan je kan zien dat jullie missie geslaagd is”).
- Je kan ook actief met de missietekst aan de slag gaan. Duid als start bijvoorbeeld relevante passages aan die je verbindt met de gewenste maatschappelijke verandering. Ga hierover met elkaar in gesprek.
- Je kan deze oefening ook doen in het kader van een project: vertrek dan van de centrale doelstellingen en zorg dat je die open genoeg formuleert als een gewenste maatschappelijke verandering.
2. Invulling van de 3 sociaal-culturele rollen
![]() | 1 dagdeel |
| kernteam of | |
| collega’s en bestuur |
De drie sociaal-culturele rollen vertellen veel over wat jullie kritisch in vraag stellen binnen de huidige samenleving, over de alternatieven waarmee jullie experimenteren en over de verbindingen die jullie hierrond versterken en ondersteunen.
- Wat stellen we kritisch in vraag? Over welke spelregels spreken wij ons uit? Welke positieve maatschappelijke verandering zetten we hiertegenover?
- Waarrond verbinden we mensen? Vanuit welke maatschappelijke verandering voelen mensen (deelnemers, vrijwilligers, leden …) zich in onze organisatie aangesproken? Aan welke maatschappelijke verandering willen we samen werken?
- Welke alternatieve spelregel schuiven we naar voren? Welke maatschappelijke verandering maken we – in kleine experimenten –waar? Waar ligt het alternatief?
3. De geschiedenis en de oorsprong
![]() | 1 dagdeel |
| kernteam of | |
| collega’s en bestuur |
Bekijk de groei van je organisatie doorheen de tijd. Wat was de oorspronkelijke maatschappelijke ambitie waarin je organisatie haar oorsprong vond? Kan je die nog vertalen naar een maatschappelijke verandering in de wereld van vandaag en morgen? Wat is jullie echte DNA? Wat vormt de rode draad doorheen jullie geschiedenis? Leg dat samen met jullie missie en visie en vertel op die manier het verhaal van de maatschappelijke verandering waarin jullie een rol willen spelen.
4. Combinatieoefening (1, 2 en 3): de brede organisatie betrekken
![]() | 1 dagdeel |
| kernteam, collega’s en bestuurs(vrijwilligers) |
Als je in het kader van een verandertraject met een grote groep mensen werkt (bijv. team, bestuur en vrijwilligers), kan het interessant zijn om je eerst in drie groepjes te verdelen die elk ofwel opdracht 1, 2 of 3 uitvoeren. Wanneer je alles plenair samenbrengt, heb je een brede uitgangsbasis voor een gesprek en het bouwen aan consensus.
5. ‘Theory of change’-benadering
![]() | 1 dagdeel |
![]() | voor projecten |
- Start met een heel concrete doelstelling die er al is voor dit project. Denk bijvoorbeeld aan het vormen van een groep, het uitwerken van een geslaagde campagne … Dit doel mag dicht liggen bij wat je concreet doet.
- Zet vervolgens een stap naar de hogere doelstelling waaraan de concrete doelstelling bijdraagt. De vraag “waartoe doen we dit?” kan hierbij helpen. Het resultaat moet een ‘hoger’ doel zijn: algemener, breder, ambitieuzer.
- Je herhaalt bovenstaande stap tot je tot een brede maatschappelijke verandering komt. Een verandering die ver buiten je eigen invloed en concrete werking ligt. Deze doelstelling behoud je.




