Fase 3: Verdiepen vanuit meervoudige perspectieven

Opzet

Na de eerste verkenning van de perspectieven (fase twee), ga je in deze fase een stuk verder. In fase 3 ligt de focus op informatieverwerving en -verwerking. Dit vraagt tijd. Zeker als je op zoek gaat naar nieuwe partnerschappen of grondige casusbesprekingen wil maken. Afhankelijk van je keuze in de vorige fase, ga je hier aan de slag met meer of minder perspectieven.

Je werkt in deze fase toe naar twee dingen:

  • een dieper inzicht in meerdere perspectieven
  • een netwerk dat ervaring, kennis en kunde vanuit dit perspectief binnen kan brengen

Je wil jezelf en het kernteam heel goed informeren over de gekozen perspectieven. Zo kan je in de diepte op zoek gaan naar raakpunten en verken je de maatschappelijke verandering waaraan jij werkt vanuit andere insteken. Het uitgangspunt blijft die maatschappelijke verandering. Hierover hebben jij en je organisatie expertise. Jullie weten veel over ouderen verbinden, over zwakke weggebruikers … Dit is het startpunt om je met anderen te verbinden.

Je onderzoekt in deze fase of je ‘gedeelde grond’ kan vinden op basis waarvan je met uiteenlopende actoren (organisaties of initiatieven, mensen, groepen en gemeenschappen) kan werken aan één maatschappelijk doel. Die ‘gedeelde grond’ is een basisvoorwaarde om in de toekomst tot een solidaire samenwerking te komen: een samenwerking waarin iedere partner investeert, maar ook ‘winst’ of ‘voordeel’ uit haalt. In een solidaire samenwerking is het eigenaarschap evenwichtig verdeeld en de toegevoegde waarde van de samenwerking voldoende groot voor iedereen.

Die solidaire samenwerking geldt ook wanneer je individuele ervaringsdeskundigen bevraagt. Als sociaal werker leg je graag je oor te luisteren bij mensen die zelf uitsluiting ervaren en steun je graag op ervaringen uit de eerste hand. Het risico bestaat echter dat mensen zich op deze manier gereduceerd voelen tot die ervaringen.

Bovendien gaat het vaak om pijnlijke en kwetsende ervaringen. Ervaringen die ze niet zonder meer willen oprakelen. Het liefst zet je een samenwerking op met personen met wie je organisatie een vertrouwensrelatie heeft. Door mensen breder te betrekken – bijvoorbeeld als vrijwilliger – toon je dat ze méér zijn dan hun ervaring met uitsluiting. Je kan een (vrijwilligers)vergoeding betalen, een gezellige maaltijd delen of kinderopvang voorzien. Zo toon je waardering voor hun inbreng. 

Op basis van informatie en van wat je leert uit contacten met andere spelers, verbeeld je hoe jullie maatschappelijke verandering eruit kan zien als je rekening houdt met het ‘onderzochte’ perspectief. Zo ‘transformeer’ je de gewenste maatschappelijke verandering vanuit dat perspectief. Ze wordt anders, rijker, dieper en vooral: je ziet de mogelijkheden om er met een meer diverse groep van mensen je schouders onder te zetten.

In ieder geval maak je een duidelijke keuze voor de perspectieven die je wil hanteren in de volgende fasen. Je kiest voor perspectieven die kruisen met de maatschappelijke verandering die jij voor ogen hebt en die in combinatie deze sterker maken. Combineer een perspectief dat al sterk aanwezig is met een perspectief dat je uitdaagt en inhoudelijk verbonden voelt. Dit betekent niet dat perspectieven die je niet verder ontwikkelt, verloren zijn. Die kunnen later in de beleidsperiode of bij een volgend project aan bod komen.

In de volgende fase kijk je naar je huidige werking vanuit de gekozen perspectieven.

Resultaat

Op basis van casussen, bronnenonderzoek, contacten met (partner)organisaties of inspirerende mensen en initiatieven, kom je tot een verzameling van informatie, inzichten, kennis en kunde vanuit perspectieven die tot dan toe weinig aan bod kwamen in je organisatie.

Met die rijkdom ga je aan de slag en werk je aan volgende resultaten:

  • Een moment of manier waarop je met anderen binnen je organisatie (collega’s, maar misschien ook (bestuurs)vrijwilligers) deelt wat je leerde over de gekozen perspectieven: door een presentatie, verhaal, beeld, tentoonstelling, uitwisseling …
  • Een ‘nieuw beeld van de maatschappelijke verandering waaraan je werkt’ vanuit verschillende specifieke perspectieven: je herformuleert, verrijkt, specifieert en transformeert jullie ambitie op zo’n manier dat ze vanuit de verschillende perspectieven krachtig en aantrekkelijk kan zijn.
  • Een beeld, lijst, netwerkkaart van andere spelers (mensen, groepen, gemeenschappen, organisaties …) die mogelijk belang hebben bij deze getransformeerde ambitie. Zij zijn mogelijke partners of medespelers waarmee je in het verdere verloop een solidaire samenwerking kan opzetten.
  • Een duidelijke focus voor de volgende fasen.                

Voor je verder gaat

Kritische factorOrganisatiebreedProjectmatig
ProcesverloopOnderzoek perspectieven, deel inzichten, herformuleer ambitie en maak keuzes.Verzamel kennis en contacten die relevant zijn voor het project.
TimingEnkele weken voor onderzoek en uitwisseling.Kortere maar intensieve onderzoeksfase.
Wie betrekkenKernteamProjectpartners
Omgaan met weerstandGebruik weerstand als leermoment en stel duidelijke grenzen bij uitsluiting.Bewaak veiligheid en open dialoog.

Organisatiebreed

Deze fase vraagt tijd. Voorzie meerdere weken zodat mensen kunnen lezen, gesprekken voeren en netwerken verkennen. Zo wordt je team uitgedaagd om hun kennis en kunde in te zetten in functie van het verandertraject. Plan overleg- of coachmomenten om te delen wat geleerd wordt.

Tijdens deze intense onderzoeksfase werk je met het kernteam. In fase twee koos je voor een brede blik en de verdieping van veel verschillende perspectieven, of voor een scherpe focus op minder perspectieven. Deze keuze zal meebepalen of iedereen samen de verschillende perspectieven onderzoekt of dat je de taken verdeelt over kleinere groepen.

Op het einde van deze fase deel je de inzichten van het kernteam met een bredere groep van collega’s, bestuurders, vrijwilligers en mogelijk ook partners die je tijdens deze fase contacteerde. Je kan de resultaten van deze fase breed tonen. Denk aan het voorstellen van een nieuwe partner in een ledenmagazine, een tentoonstelling of presentatie op de algemene vergadering …

Projectmatig

De onderzoeksperiode kan korter zijn, maar moet diepgaand genoeg zijn om tot concrete inzichten te komen. Als je in de eerste fase investeerde in het formuleren van duidelijke doelstellingen, pluk je daar nu de vruchten van. Veel doelstellingen brengen immers al verschillende perspectieven met zich mee. Focus op perspectieven die inhoudelijk aansluiten bij het project en die passen binnen de grenzen en ambities ervan.

Deze onderzoeksfase draag je met een kleine onderzoeksgroep. Hierin kan projectpartners betrekken. Ze kunnen zelf onderzoek doen of inbreng leveren op verschillende perspectieven. In het kader van een solidaire samenleving, is het in ieder geval goed hen vroeg te betrekken.

Omgaan met weerstand

Als mensen het gevoel hebben dat ze over onvoldoende kennis beschikken om met een perspectief aan de slag te gaan, kan er weerstand ontstaan. Laat ze daarom vertrekken vanuit hun eigen werk en expertise. Voor het ontwikkelen van kennis, kunde en een netwerk vanuit verschillen perspectieven, krijgen ze hier de ruimte om te leren en te proberen.

Er kan ook weerstand ontstaan omdat mensen bezorgd zijn over hun eigen werking. Dat kan je in deze fase ondervangen door te verwijzen naar de volgende fase waarin pas wordt nagedacht over wat werken aan de gewenste verandering vanuit verschillende perspectieven zal betekenen voor de concrete werking en hun eigen werk.

Het is ook mogelijk dat mensen een meer persoonlijke weerstand voelen tegen het perspectief dat naar boven komt. Dat ze de confrontatie met uitsluiting lastig vinden. Het is belangrijk dit gesprek ruimte te geven en aan te gaan. Wanneer uitsluitende uitspraken opduiken, spreek je die duidelijk aan. Deze kunnen geen deel uitmaken van dit traject.

Mogelijke werkvormen

1. Informatie verwerken

enkele weken, op eigen tempo
kernteam
  1. Ga je in deze fase breed aan de slag met een groot aantal perspectieven? Verdeel deze dan onder de leden van het kernteam. Iedereen onderzoekt individueel één perspectief.  Leg nadien de resultaten samen.
    Ga je gefocust aan de slag met een beperkt aantal perspectieven? Dan kan je gezamenlijk werken rond die perspectieven.
  2. Op basis van boeken en artikelen, video’s en podcast, gedocumenteerde getuigenissen en beleidsdocumenten vorm je een diepgaand beeld van dit perspectief. Zoek ook specifiek naar informatie die verwijst naar het kruispunt tussen je gekozen perspectief en de maatschappelijke verandering waaraan jij werkt.        
  3. Verwerk vervolgens de inzichten die dit perspectief verbinden met jouw organisatie.
    • Zaken die het logisch maken dat jouw organisatie aandacht heeft voor dit perspectief.
    • Inhoudelijke elementen die jullie maatschappelijk doel rijker maken.
    • Praktijken die aansluiten bij wat jullie vandaag al doen.
  4. Benoem ook inzichten die uniek zijn voor dit perspectief. Het zijn zaken die tot nu toe niet gezien werden en als ‘ver van mijn bed’ werden beschouwd. Het zijn toevoegingen aan jullie maatschappelijk doel en nieuwe uitdagingen voor de organisatie.
collega’s en eventueel    
bestuursvrijwilligers

 

Je deelt deze inzichten in een vorm die past bij jouw organisatie. Denk aan een presentatie op een overleg, een verhaal of een tentoonstelling waarop je de verschillende perspectieven verbeeldt.

2. Netwerken opsporen en contacteren

enkele weken, op eigen tempo
kernteam in contact met
partnerorganisaties
  1. Vraag in je kernteam (of roep hiervoor hulp in van andere collega’s) om per perspectief mogelijke contacten op te lijsten. Dat kan gaan van concrete namen van organisaties, projecten of inspirerende personen tot meer ‘typepraktijken of -organisaties’ (bijvoorbeeld een straathoekwerker). Ga op zoek naar organisaties die vanuit dit perspectief werken (bijvoorbeeld verenigingen van personen met een migratieachtergrond, verenigingen waarin mensen in armoede het woord nemen …).    
  2. Ga op de website en in de plannen van deze organisaties na of zij inhoudelijke raakpunten hebben met het maatschappelijk doel waaraan je werkt. 
  3. Neem vanuit een inhoudelijk raakpunt contact op en bevraag hen rond hun insteek in dit thema. Wat maakt het voor hen relevant? Hoe zetten zij dit op de agenda?
  4. Deel de inzichten die jullie dankzij de verschillende contacten opdeden.
  5. Houd contacten die je kan aanspreken voor verdere samenwerking warm en neem deze mee in de volgende fasen. Investeren in een netwerk kan ook lonen om later nieuwe vrijwilligers, bestuurders of professionals aan te trekken.           

voor projecten
  • Je gaat op eenzelfde manier te werk, maar gaat bij ieder contact ook na of zij een partner kunnen worden in dit project. Voelt het contact goed, dan kan je hen eventueel bij de volgende fasen al verder betrekken om het project samen vorm te geven.

3. Casusbespreking

1 uur per casusbespreking
met collega’s (praktijkwerkers)

Ga op zoek naar casussen waarin één perspectief duidelijk een rol speelde. Je kan vanuit het kernteam casussen voorbereiden, maar het is interessant om praktijkwerkers bij de bespreking te betrekken. Je kan bij hen ook inspiratie voor casussen sprokkelen.

Een casus kan van alles zijn en zowel positieve als negatieve ervaringen bevatten. Bijvoorbeeld:

  1. Een situatie die zich voordeed tijdens een activiteit, in contact met een lokale groep of een vrijwilliger, tijdens een overleg … waarbij er vanuit dit perspectief een confrontatie was. 
  2. Een activiteit waarbij dit perspectief het uitgangspunt vormde (een actie of campagne, een debatavond, een vorming …) en waarbij inzichten werden gedeeld.
  3. Een waardevolle ontmoeting (tussen partnerorganisaties, vrijwilligers, een deelnemer) met ervaringen vanuit dit perspectief.

Vanuit een intervisiegesprek leg je casussen vanuit verschillende perspectieven naast elkaar. Je gaat in de besprekingen op zoek naar inzichten die je vanuit de casus over het perspectief mee wil nemen.


voor projecten
  • Bij een project kan het boeiend zijn je partners te vragen een casus voor te leggen. Je leert zo elkaars aanpak én perspectieven kennen.

4. Zoek de ervaring op

1 dag(deel)
met collega’s en eventueel
(bestuurs)vrijwilligers


Met rollenspelen, inleefsessies, trainingen en zelfs escaperooms proberen organisaties de ervaringen van mensen die maatschappelijke uitsluiting ervaren tot bij anderen te brengen. Dit soort aanbod kan ook jouw team (en eventueel vrijwilligers) aan het denken zetten. Het zal niet altijd mogelijk zijn de specifieke insteek van jullie maatschappelijk doel ook in dit aanbod terug te vinden, maar het kan wel een opstap zijn om verder na te denken.