Afweging 4: Hoe gaan we deze kwestie politiseren?
Als de keuze gemaakt wordt om rond een kwestie het publieke meningsverschil op te zoeken, zijn er verschillende opties voor de verdere uitwerking. Die uitwerking cirkelt rond vier met elkaar verbonden vragen:
- Wat is de kern van de kwestie? (Wat?)
- Wie draagt dit politiserend proces – welke rol hebben de deelnemers? (Wie?)
- Wat willen we bij wie bereiken? (Waartoe?)
- Welke strategie zetten we in? (Hoe?)
Wat?
Of het nu gaat over een (negatieve) nood of een (positief) ideaal, het komt erop aan om een goed inzicht te hebben in de kwestie. Dit inzicht bouw je niet eenmalig op maar in de praktijk verdiep je voortdurend de kwestie met nieuwe inzichten, ervaringen, contacten …
Professionals en hun organisaties hebben de neiging om ‘voor’ hun mensen kwesties te formuleren, minder ‘met’ hen. De vraag is hier of en hoe de deelnemers in de formulering van de kwestie worden betrokken. De leefwereldkennis van deelnemers kan verwerkt worden door interviews, bevragingen, actie-onderzoek … Door betrokkenheid bij de identificatie van het probleem of ideaal worden ze ook makkelijker mede-eigenaar van de verdere actie.
Wie?
Hier gaat het over de vraag wie politiserend handelt. Wie maakt een kwestie publiek, wie formuleert de nood of de ambitie en jaagt het publiek debat aan? Op deze vraag zijn verschillende antwoorden mogelijk: de deelnemers aan sociaal werk, de sociaal werkers, sociaal werkorganisaties, bredere coalities in het sociaal werk of nog bredere netwerken met actoren buiten het sociaal werk?
We zoomen in op de rol van de deelnemer aan het sociaal werk. In praktijken van politisering wordt immers vaak verwezen naar de emancipatie van de deelnemers als centraal doel of uitgangspunt. Onder dat ene begrip gaan echter verschillende benaderingen schuil.
Er is het model van de voorhoede die het proces leidt en de deelnemers die volgen. In klassieke sociale bewegingen herkennen we dat in de uitspraak dat ‘de achterban gemobiliseerd moet worden’. Een andere positie is de belangenbehartiging, waar professionals spreken namens de doelgroep en voor hun belangen opkomen. Verder zijn er de op de pedagogie van de onderdrukten (Freire) geïnspireerde modellen van bewustmaking/bewustwording waarbij mensen de cultuur van het zwijgen leren doorbreken om zelf te spreken. Ten slotte is er de radicale opvatting (Rancière) die stelt dat iedereen kan en mag spreken over het samenleven als gelijke aan om het even wie.
Waartoe?
Om de vraag ‘wat willen we bereiken bij wie’ te beantwoorden, gebruiken we een schema dat vier perspectieven schetst (Wilber, 1996). Wilber onderscheidt de interne en externe dimensie van veranderingen en het individuele en collectieve niveau.

Vaak zul je in de praktijk verschillende perspectieven combineren, maar het model helpt om die te verhelderen. Bij het bepalen van doelen op een of meer van deze kwadranten, is het belangrijk om zowel de termijn als het ambitieniveau te bepalen: wanneer wil je bij wie welk doel bereiken? Wat is je optimale doel waarvan je enkel kan dromen op lange termijn? Welke haalbare stappen kun je zetten op korte termijn? Die kunnen heel belangrijk zijn om de medewerkers aan het proces gemotiveerd te houden en tussentijdse resultaten te kunnen boeken en vieren.
Hoe?
De machtsbalans doen kantelen
Praktijken die bijdragen aan het publieke meningsverschil in ons kleine of grote samenleven zijn onlosmakelijk verbonden met de onderliggende machtsverhoudingen. Ze verstoren het dominante discours, vanzelfsprekende verhoudingen of bestaande spelregels. Bij het uitwerken van een strategie en actievormen moeten we ons dus afvragen hoe we die machtsverhoudingen kunnen doen kantelen.
Politisering gebeurt niet in een machtsvrije ruimte. Tussen machtigen en machtelozen zijn vormen van confrontatie en verzet vaak een pure noodzaak. Vaak zien we dat er pas na een fase van conflict toegewerkt kan worden naar een nieuw compromis dat meer tegemoetkomt aan de terechte eisen van de machtelozen.
Om de machtsbalans te doen kantelen heb je goed zicht nodig op wie je medestanders en tegenstanders zijn. Die analyse kan leiden tot coalitievorming: samen staan we sterker. Die coalities kunnen meer slagkracht ontwikkelen, maar zorgen ook voor nieuwe vragen. Want zelfs als je hetzelfde standpunt deelt, zit niet iedereen inhoudelijk en/of strategisch op dezelfde lijn.
Typologie
Er bestaan bijzonder veel verschillende strategieën, methoden en technieken om te politiseren. Hier beperken we ons tot vier belangrijke strategieën. Vaak is de ene een opstap naar een volgende en komen ze in combinatie voor.
- Bewustwording van deelnemers
Processen van politisering starten vaak met bewustwording/bewustmaking van de deelnemers zelf in het sociaal werk. Dit werd sterk benadrukt door de Braziliaanse pedagoog Paolo Freire. Hij kwam tot de vaststelling dat mensen die onderdrukt worden, de mechanismen van hun uitsluiting vaak aanvaarden als ‘iets normaals’. Bovendien gaan ze er ook vanuit dat ze daar geen echte impact op hebben. Een proces van gezamenlijke bewustwording moet dat verinnerlijkte fatalisme doorbreken. Het problematiseren en analyseren van kwesties leidt tot actie.
- De kwestie zichtbaar maken
Vaak zetten organisaties praktijken op die de publieke sfeer bewust of gevoelig maken voor een bepaalde kwestie. Het publiek zichtbaar maken van een kwestie kan op verschillende manieren. Artistieke uitingsvormen zijn hierbij heel interessant. Er zijn talloze voorbeelden van tentoonstellingen, documentaires, theatervormen, muziek, poëzie, graffiti … die kwesties uitdrukkelijk zicht- en hoorbaar maken in de publieke sfeer.
- Verandering eisen
In dit type wordt de bestaande situatie aangeklaagd en worden eisen tot maatschappelijke verandering geformuleerd. Dit handelingsrepertoire omvat lichte vormen zoals open brieven, tot sterkere actievormen zoals boycots, betogingen en bezettingen. Inhoudelijk varieert dit type van het contesteren van een bepaalde situatie of kwestie om verandering te eisen tot het uitwerken van en campagne voeren voor specifieke oplossingen.
- Verandering doen: prefigureren
Vaak wordt politisering verengd tot een proces waarbij mensen ‘verandering eisen’. Maar er is ook ‘verandering doen’: nieuwe initiatieven worden opgezet om de gewenste verandering – vaak op beperkte schaal – al in de praktijk om te zetten. Het sociaal werk kent een rijke traditie van prefiguratieve praktijken. In Vlaanderen waren Jongerenadviescentra en wijkgezondheidscentra bijvoorbeeld een levende kritiek op de klassieke hulpverlening. Het realiseren van een alternatieve praktijk houdt meteen ook het publiek maken van deze praktijk in.


