Geopolitieke ontwikkelingen

In de eerste 25 jaar na het einde van de Koude Oorlog waren de machtsverhoudingen min of meer voorspelbaar en woedde de ‘globalisering’ volop. Vandaag lijken we in een andere fase te zijn aanbeland. Invloedssferen verschuiven. Nieuwe mogendheden komen op, de gevestigde machtscentra vechten om hun ‘plaats onder de zon’ te behouden. Geopolitieke spanningen wereldwijd lopen op. Sommige veranderingen op het wereldtoneel zijn hoopvol, anderen wekken eerder onrust.

We bespreken kort 9 verschuivingen die de wereld van nu en morgen mee bepalen. Voor de meeste sociaal-cultureel volwassenenorganisaties spelen die verschuivingen op de achtergrond, ook al beïnvloeden ze andere meer nabije ontwikkelingen (die verder in deze wegwijzer aan bod komen). Toch komen die ‘geopolitieke’ verschuivingen dicht bij de kern van de missie van sommige andere sociaal-cultureel volwassenenorganisaties.

Wereldwijde inflatie zet markten onder druk, brengt stijgende kosten met zich mee voor consumenten en vormt een bron voor sociale onrust op verschillende plaatsen in de wereld.

In 2022 is de inflatie (algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten) wereldwijd nog sterk gestegen. Daarmee werd de trend uit 2021 (zie figuur hierboven) voortgezet. De wereldwijde lockdowns en het zero-COVID-19-beleid in China leidden tot productiebeperkingen. Stimuleringspakketten van overheden en een onverwachte economische groei deden de inflatie verder stijgen. En in 2022 versterkte de oorlog in Oekraïne de wereldwijde inflatie nog meer.  

Twee derde van de internationale ondernemers ondervindt een (sterk) negatieve impact op zijn internationale activiteiten door de stijgende transport- en energieprijzen. Ook consumenten zien de prijzen van basisgoederen stijgen. Dat veroorzaakt bij hen een reële inkomensdaling. Ook al stijgen de lonen, ze compenseren de inflatie onvoldoende. 

De stijgende kosten voor voeding, brandstof en diensten veroorzaken wereldwijd protesten, demonstraties en stakingen. Zo klinkt de eis voor loonsverhogingen en meer middelen in landen zoals Groot-Brittannië, Frankrijk, Iran en Guinee. Misnoegde burgers eisen dat hun overheden de stijgende kosten van het levensonderhoud opvangen.  

De stijgende vraag naar grondstoffen gaat gepaard met economische, ecologische en sociale uitdagingen en draagt bij tot machtsverschuivingen in de wereld.

Metalen en mineralen worden wereldwijd op allerlei manieren in alledaagse producten verwerkt en massaal ontgonnen door mijnbouwbedrijven.

De toenemende wereldbevolking, de stijgende welvaart en de technologische evolutie doen de wereldwijde vraag naar materialen en grondstoffen exponentieel toenemen. Dat stelt ons voor de vraag naar uitputting van grondstoffen. Naast fysische uitputting van grondstoffen (eindigheid van voorraden niet-hernieuwbare hulpbronnen) stelt ook de wereldwijde afstemming tussen vraag naar en aanbod aan grondstoffen ons voor ecologische, economische en sociale uitdagingen. Grondstoffen staan daarom steeds hoger op de internationale agenda. Die economische, ecologische en sociale uitdagingen zetten sommige landen, en al zeker Europa, aan om meer zelfvoorzienend te worden.

Westerse landen kennen een groot gebruik van grondstoffen per persoon en er is een explosieve vraag naar grondstoffen door de opkomende economieën. Daar komt nog bij dat er steeds meer kritieke grondstoffen nodig zijn voor hightechtoepassingen en nieuwe en duurzame technologieën zoals elektrisch vervoer, windturbines en energiezuinige verlichting. Doordat de vraag het aanbod overstijgt, stijgen de grondstofprijzen.

Landen met grote grondstofvoorraden leggen vaak exportrestricties op en creëren zo een monopoliepositie. De meeste kritieke grondstoffen worden bovendien geproduceerd in een klein aantal landen. Die landen en de bedrijven actief in die landen kunnen zowel beschikbare voorraden als marktprijzen in hun voordeel manipuleren en zo politieke macht uitoefenen. Dat gaat gepaard met machtsverschuivingen. Zo wordt bijvoorbeeld vanuit China en Europa met interesse gekeken naar de Servische grondstoffen, vooral naar lithium. Maar veel Serviërs zijn niet te spreken over de nieuwe ontwikkelingen. Hele dorpen worden opgekocht omdat ze zich op lithiumgrond bevinden, terwijl de bewoners niet zeker zijn wat die ontwikkeling hen gaat brengen.

Grondstoffenwinning heeft vaak negatieve effecten op milieu en mensenrechten. Mijnbouw leidt tot verontreiniging, aantasting van landschappen en vraagt om enorme hoeveelheden energie en water. In sommige gebieden gaat de winning van grondstoffen ten koste van arbeidsomstandigheden of zijn zelfs mensenrechten in het geding. Controle over de opbrengsten zijn bovendien soms een bron van lokale conflicten.

Terwijl de spanningen tussen China en de VS groter worden, probeert Europa zich onafhankelijker op te stellen. Komt het echt tot een handelsoorlog tussen China en de VS, dan zal dat volgens waarnemers wereldwijd een grote invloed hebben.

De herverkiezing van Xi Jinping als leider van China en veranderingen aan de partijtop leiden naar verwachting tot een verschuiving van het beleid in de richting van de oude Chinese traditie: meer nationalisme, meer socialisme, minder openheid en meer gericht op veiligheid en stabiliteit. Naar verwachting zal dat de relatie tussen China en het Westen verder onder druk zetten.

In Taiwan voelen ze de hete adem van China al. Hoe machtiger China wordt, hoe groter ze daar de kans achten dat het Taiwan binnenvalt. China zou dan immers minder bang moeten zijn voor de reactie vanuit de Verenigde Staten en Europa.

In het economische domein is er nu al een hevige competitie om afzetmarkten.

Het Westen moet eraan wennen dat het spoedig niet meer het economische middelpunt van de wereld is. China neemt steeds duidelijker positie in. Volgens Maarten Schinkel, economisch redacteur bij NRC, is de Chinese economie ergens in 2030 al groter dan die van de Verenigde Staten. China en India zijn altijd de grootste economieën geweest. Pas rond 1800 zijn ze die positie plotseling kwijtgeraakt. Die landen zien de afgelopen anderhalve eeuw als een onderbreking, vertelt Schinkel in ‘De wereldkaart volgens China’. Nu willen ze terug naar ‘normaal’.

Vooral de VS en China komen steeds meer tegenover elkaar te staan. De regering Biden ziet China steeds meer als rivaal. De VS zegt er alles aan te doen China te overtreffen op economisch, politiek en militair gebied. Tegelijkertijd eist China een steeds grotere rol op binnen de geopolitieke verhoudingen. Gezien de groeiende omvang van de Chinese economie en een bevolking van 1,4 miljard mensen vindt China de huidige wereldorde unfair. Europa neemt traditioneel een middenpositie in en slaat een minder harde toon aan richting China. Daarentegen zijn de Europese banden met de VS de afgelopen jaren, tijdens het bewind van Trump, minder hecht geworden. In Europa bestaat de wens onafhankelijker te kunnen opereren tegenover de rest van de wereld, maar de realiteit is dat Europa nog een lange weg te gaan heeft.

Ook al bestoken China en de VS elkaar nu al met heffingen, van een echte handelsoorlog tussen China en de VS is er (voorlopig?) nog geen sprake. Volgens Paul Tucker, voormalig vicegouverneur van de Bank of England en auteur van het boek Global Discord, zal een handelsoorlog pas echt losbarsten als China het aandurft om Taiwan aan te vallen. Dan krijgen we volgens hem aan beide kanten economische sancties van een heel andere orde.

Conflicten en spanningen in en tussen landen, verspreid over de wereld en sinds kort ook dichtbij, in Oekraïne, leiden tot humanitaire crises en dragen niet echt bij tot het beperking van de opwarming van de aarde.

In absolute aantallen sterven er vandaag meer mensen in oorlogen dan vroeger. Toch concluderen veel wetenschappers dat we momenteel in ‘de meest vreedzame periode in het bestaan van de mensheid’ leven. De huidige oorlogsslachtoffers vormen immers een kleiner percentage van de totale populatie dan de gesneuvelden van vroeger. En sinds 1946 daalt het absolute aantal oorlogsdoden. In sommige jaren in het vroege naoorlogse tijdperk stierven ongeveer een half miljoen mensen door direct geweld in oorlogen. De laatste jaren bedroeg het jaarlijkse dodental meestal minder dan 100.000.

Maar ook vandaag nog leiden nationale en internationale spanningen tot instabiliteit en oorlog. Sinds 2013 zijn er wereldwijd meer dan 100 oorlogen begonnen en ongeveer de helft daarvan zijn nog steeds gaande. Zo hebben intern politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten tot opstanden geleid zoals de Arabische lente. Sommige van die opstanden ontaardden in burgeroorlogen en brengen spanningen met zich mee tussen de grootmachten. De Iraakse en Syrische crisissen, de implosie van Libië en de oorlog in Jemen tonen aan hoe instabiel die regio momenteel is. De westerse politiek creëerde voor een stuk mee de instabiliteit die we vandaag in die regio kennen. In Europa bleven we de afgelopen jaren relatief gespaard van dodelijk oorlogsgeweld, tot op 24 februari 2022 de Russische invasie van Oekraïne begon. Die oorlog heeft naast de humanitaire problemen, ook zware geopolitieke en macro-economische gevolgen die wereldwijd effect zullen blijven hebben.

De geopolitieke onzekerheid die samengaat met oorlog tasten het investeringsklimaat wereldwijd aan. Sinds de oorlog in Oekraïne zijn gas- en olieprijzen fors gestegen, met grote gevolgen voor consumenten-, transport- en productieprijzen. De goedkope inkoop van grondstoffen zoals hout, nikkel en staal uit Rusland en Oekraïne is niet meer mogelijk door de sancties tegen Rusland en de verwoesting in Oekraïne. In sommige delen van de wereld is de voedselzekerheid in gevaar gebracht door het hoge volume van Oekraïens graan en ander voedsel-gerelateerde export. De EU kent momenteel geen grote problemen met de beschikbaarheid van voedsel. De EU is grotendeels zelfvoorzienend en de eengemaakte markt vangt de schokken op en waarborgt de voedselzekerheid voor EU-burgers.

De Russische invasie in Oekraïne heeft ook een impact op het klimaat. Niet alleen de schade door ontploffingen vandaag, maar ook de wederopbouw later brengt extra uitstoot van broeikasgassen met zich mee. In sommige andere landen wordt door de stijgende energieprijzen teruggegrepen naar energiebronnen met een grote milieubelasting waaronder steenkool. Anderzijds dwingt de oorlog in Oekraïne sommige landen om de transitie naar hernieuwbare energie versneld door te voeren om zo snel mogelijk af te geraken van hun afhankelijkheid van Rusland.

Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne zijn er 5,9 miljoen Oekraïners intern (in Oekraïne zelf) ontheemd en nog eens 7,9 miljoen inwoners uit Oekraïne gevlucht. In het kader van de solidariteit met de Oekraïense vluchtelingen hebben de Europese lidstaten een aantal maatregelen genomen zoals het opzetten van vervoers- en informatieknooppunten aan de belangrijkste grensovergangen en het faciliteren van vervoer voor humanitaire hulp.

De oorlog in Oekraïne krijgt door de nabijheid, in verhouding tot andere oorlogen in de wereld, heel wat aandacht in België en Europa. Maar ook in onder andere Afghanistan, Ethiopië, Jemen, Nigeria, Zuid-Soedan, Democratische republiek Congo, Myanmar, Somalië, Syrië en Soedan leiden conflicten en spanningen tot humanitaire crises. Dat leidt wereldwijd tot ongeveer 90 miljoen mensen die noodgedwongen hun thuis verlaten.

Het ideaalbeeld van een open, globale en democratische wereld staat onder druk door de opkomst van autocratieën, protectionisme en nationalisme.

In zijn boek Van muur tot muur schetst Jonathan Holslag* een evolutie van vooruitgangsdenken gedreven door de idee van een globale en open wereld waarbij vrije handel gepaard zou gaan met het verspreiden van de democratische waarden, een nieuwe periode van vrijheid en welvaart wereldwijd. Het symbool voor dat optimisme is de val van de Berlijnse muur (45,3 km). Ondertussen observeert Holslag een ontwikkeling in de richting van protectionisme en nationalisme gedreven door eigen belang en met nieuwe omheiningen langs diverse grenzen in verschillende werelden.

Met onderstaande figuur toont Holslag de toename aan grensomheining (muur, hekken, prikkeldraad …) in km sinds de val van de Berlijnse muur in 1989.

Al die muren, omheiningen en prikkeldraden doen ons op z’n minst vragen stellen bij het ideaal van globalisering en internationale verbondenheid.

Toch is de wereld de laatste twee eeuwen veel democratischer geworden (zie figuur hieronder), ook al leeft 71% van de wereldbevolking niet in een democratisch land. Vandaag is de wereld ongeveer gelijk verdeeld tussen autocratieën en democratieën. Sinds 2017 zien we evenwel terug een daling van het aantal landen met een democratisch regime.

*Holslag, J. (2021). Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989. Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij.

Digitalisering en social media bieden internationaal tal van nieuwe mogelijkheden, maar zetten overheden en internationale samenwerkingsverbanden ook op scherp in strijd tegen fake news, cybercriminaliteit, informatieoorlog en oneerlijke handelspraktijken.

De voorbije jaren is de digitalisering in bedrijfsvoering, in overheidsbeleid en ook op het middenveld sterk toegenomen. De COVID-19-pandemie heeft die transitie wereldwijd versneld. Door de pandemie groeide het online zakendoen in 2022 sterker dan daarvoor en is ondertussen in het internationale zakendoen niet meer weg te denken. Dat verandert de relatie tussen consumenten (waaronder burgers), marktspelers en overheden grondig. 72% van internationale ondernemers geven aan dat online positionering (zeer) belangrijk is. Bedrijven met een wereldwijde afzetmarkt zoals Nike en Adidas innoveren met hulp van augmented reality (AR), virtuele realiteit (VR) en metaverse. Ook investeringen in artificiële intelligentie (AI) nemen de laatste jaren sterk toe.  

Het komende jaar zal VR door de afhankelijkheid van een fysieke bril nog niet doorbreken, maar de toevoeging van eye tracking in VR-brillen verandert veel. Straks weten bedrijven door je oogbewegingen waar je interesses liggen. Die data kunnen ze gebruiken voor commerciële doeleinden, bijvoorbeeld om gepersonaliseerde aanbiedingen te doen.

Diensten en goederen worden meer en meer via digitale platforms geleverd. Zij brengen ver voorbij landsgrenzen klanten en dienstverleners met elkaar in contact. Concurrentie is niet langer lokaal. Dat verandert de machtsverhoudingen op de globale markt. Handel via platforms levert bovendien geen evenredige bijdrage aan de overheidsinkomsten. Overheden houden de ontwikkeling van die platformeconomie dan ook nauwlettend in de gaten en proberen samen met het bedrijfsleven te zoeken naar een goede regulering. Overheden en middenveldspelers staan voor de uitdaging om toe te zien op transparantie en eerlijke handel in zo’n platformeconomie.

Naast een groeiend digitaal aanbod aan goederen en diensten circuleert er ook meer en meer informatie via het wereldwijde internet. Sociale media spelen daarin een belangrijke rol.

De oorlog in Oekraïne laat zien hoe belangrijk informatie is. De fysieke strijd wordt nog steeds in alle hevigheid gevoerd. Maar er is ook een tweede slagveld, waar niet met wapens maar met informatie wordt gevochten. Sommige staten wapenen zich ondertussen voor de informatieoorlog en monitoren 24 uur per dag de media op nepnieuws. Een andere keerzijde van de toegenomen informatiestromen is de forse toename van de cybercriminaliteit. Voor veel ondernemingen en overheden is het ondertussen een prioriteit om maatregelen te nemen om hun digitale data te beschermen tegen aantasting of aanvallen.

De kloof tussen het Globale Noorden en het Globale Zuiden gaat samen met verschillende belangen en prioriteiten tijdens internationale onderhandelingen en plaatst ‘dekolonisatie’ steeds nadrukkelijker op de internationale agenda.

De Noord-Zuidkloof is een sociaal-economische en politieke indeling van landen. Het Globale Zuiden is een verzamelterm voor landen met een lager inkomen in vergelijking met landen uit het Globale Noorden. Een groot deel van het Globale Zuiden ligt geografisch overigens in het noordelijk halfrond. Gouvernementele en ontwikkelingsorganisaties gebruiken sinds kort die termen als een meer open en waardevrij alternatief voor ‘Derde Wereld’ en ‘ontwikkelingslanden’. Staten die over het algemeen worden gezien als onderdeel van het Globale Noorden zijn doorgaans welvarender, minder ongelijk, democratischer en exporteren technologische producten. Staten uit het Globale Zuiden zijn over het algemeen armer, meer fragiele democratieën en sterk afhankelijk van de export van de primaire sector. Ze delen vaak een geschiedenis van kolonialisme door noordelijke staten.

Het Globale Noorden bestaat uit landen die een economie hebben ontwikkeld en goed zijn voor meer dan 90% van alle productie-industrieën in de wereld. Onder meer de Verenigde Staten, Canada, alle landen in West-Europa, Australië, Nieuw-Zeeland en enkele landen in Azië zoals Japan en Zuid-Korea behoren daartoe. 90% van de maakindustrie is eigendom van en is gevestigd in het Globale Noorden. Alle leden van de G8 (8 vooraanstaande industriële staten) komen uit het Globale Noorden. Hoewel die landen slechts een kwart van de totale wereldbevolking uitmaken, hebben ze controle over 80% van het totale inkomen dat over de hele wereld wordt verdiend. Ongeveer 95% van de bevolking in landen van het Globale Noorden heeft voldoende basisbehoeften en toegang tot een functionerend onderwijssysteem.

Omgekeerd hebben de landen uit het Globale Zuiden – met driekwart van de wereldbevolking – toegang tot een vijfde van het wereldinkomen. Het Globale Zuiden bestaat uit landen met opkomende economieën die tijdens de Koude Oorlog aanvankelijk Derde Wereldlanden werden genoemd. Een belangrijk kenmerk, naast het groot bevolkingsaantal, van landen uit het Globale Zuiden is het relatief lage BBP (Bruto Binnenlands Product, een veelgebruikte maatstaf voor welvaartscreatie en in het Engels afgekort als GDP).

Een ander gemeenschappelijk kenmerk van de landen uit het Globale Zuiden is het gebrek aan basisvoorzieningen en aan toegang tot basisbehoeften zoals voedsel en onderdak. De economieën van de meeste landen in het Globale Zuiden zijn afhankelijk van import uit het noorden en hebben een lagere technologische penetratie. Naast inkomensverschillen tussen het Globale Zuiden en het Globale Noorden zijn er ook duidelijke verschillen op vlak van kindersterfte, levensverwachting en scholingsgraad.

2020 was niet alleen het jaar waarin we overrompeld werden door een virus. Het was ook het jaar van de wereldwijde heropleving van de Black Lives Matter-beweging na de dood van George Floyd. In ons land vertaalde zich dat niet alleen in protesten tegen politiegeweld, maar ook in debatten over racisme, discriminatie en ons koloniaal verleden. Dekolonisering als een van de strategieën om de kloof tussen het Globale Noorden en het Globale Zuiden te overbruggen, staat al enige tijd in het brandpunt van het maatschappelijke debat. Dekolonisering wil een einde maken aan het doorwerken van koloniale structuren en denkwijzen tot op vandaag. De kolonisatie en haar propagandamachine had tegelijk het denken “gekoloniseerd” en de bevolking van de kolonies het gevoel gegeven dat ze minderwaardig waren en dat ze best de levenswijze van de kolonisatoren kopieerden. In de koloniserende staten leidden de koloniale machtsverhoudingen en propaganda tegelijk tot het idee dat westerlingen superieur waren aan de rest van de wereld. Een pseudowetenschappelijk onderbouwd racisme ondersteunde in de 19de eeuw die blik op de werkelijkheid. Een aantal denkers uit het Globale Zuiden riep daarom op voor een “dekolonisatie van de geest”, waarbij de onderdrukte bevolking zich ook zou bevrijden van onderdrukkende ideeën. De koloniale erfenis heeft nog altijd een impact op de machtsverdeling in onze samenleving. Het koloniale verleden van Europa heeft immers nog steeds een negatieve invloed op onze beeldvorming, ons denken en gelijke kansen vanaf de geboorte over het onderwijs tot op de arbeidsmarkt.

Internationale onderhandelingen, hoe moeizaam ze soms ook verlopen, dragen bij tot veranderingen in beleid in antwoord op actuele uitdagingen en risico’s zoals de opwarming van onze planeet.

De opwarming van onze planeet is over landsgrenzen en continenten heen een van dé uitdaging van onze tijd.

De gevolgen van klimaatverandering hebben een effect op de hele wereld: van veranderende weersomstandigheden, met een invloed op de landbouw- en voedselproductie, tot de stijging van de zeespiegel, die het risico op overstromingen doet toenemen. Zonder actie wordt het veel moeilijker en duurder om ons aan te passen aan de toekomstige gevolgen van de klimaatverandering. Zo’n uitdaging dwingt staten om wereldwijd met elkaar te overleggen en te onderhandelen en zet overal ter wereldburgers aan tot actie.

In 1992 werd in Rio de Janeiro het “Raamverdrag Klimaatverandering” van de Verenigde Naties gesloten, beter bekend als het Klimaatverdrag. De doelstelling van het verdrag is het stabiliseren van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen. Het Klimaatverdrag is met 196 landen bijna universeel geratificeerd. Sindsdien is het erg druk aan de internationale onderhandelingstafel. Met het protocol van Kyoto (1997) en de akkoorden van Kopenhagen (2009) en Parijs (2015) werden afspraken geëvalueerd en bijgestuurd. De onderhandelingen verlopen moeizaam onder meer door toedoen van uiteenlopende belangen tussen het Globale Zuiden en het Globale Noorden en van internationale spanningen zoals de spanning tussen de Verenigde Staten en China. De Russische invasie van Oekraïne vergemakkelijkt de onderhandelingen evenmin.

Toch mogen we aannemen dat de onderhandelingen een verschil maken. Zonder internationale afspraken en daaropvolgend beleid zou de aarde naar schatting met 4,1 tot 4,8° opwarmen. Op basis van de actuele internationale beleidskeuzes zal de aarde vermoedelijk opwarmen met 2,9° en op basis van de al gemaakte en onvoorwaardelijke afspraken met 2,6°. In grote delen van de wereld daalt de CO2-uitstoot ondertussen.

Niettemin ligt er nog een grote uitdaging voor ons. Dat zet ook civiele actoren wereldwijd aan tot actie. Denk maar aan de klimaatspijbelaars met internationaal boegbeeld Greta Thunberg. Ook zij hebben een invloed op de internationale onderhandelingen en krijgen steeds meer een stem. Van 6 tot 18 november 2022 hebben staatshoofden, ministers en onderhandelaars, klimaatactivisten, burgemeesters, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en CEO’s elkaar ontmoet in de Egyptische kuststad Sharm El-Sheikh voor de grootste jaarlijkse bijeenkomst over klimaatactie tot nog toe. Ook die keer leidde dat, weliswaar opnieuw moeizaam, tot een akkoord.