Polarisatie
Polarisatie is een doorgedreven wij-zij denken, een proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker worden, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Vaak ontstaat dat omdat twee groepen een tegenstrijdig standpunt innemen op maatschappelijke breuklijnen. Polarisatie kan ook ontstaan vanuit groepen burgers die zich afzetten van overheid en instituties. Polarisatie manifesteert zich op verschillende locaties, bijvoorbeeld in een buurt, op een school of op de werkvloer, maar ook op (sociale) media.
Een democratie heeft polarisatie nodig. Polarisatie kan productief zijn om een verandering in de samenleving op gang te brengen. Soms is polarisatie nodig om botsende standpunten, scheidslijnen of conflicterende belangen helder te maken. Polarisatie heeft vaak maatschappelijke vooruitgang of emancipatie tot gevolg. Dat soort polarisatie kan vanuit een democratische en sociaal-culturele invalshoek best ruimte krijgen. Maar polarisatie kan ook grote schade aanrichten. Als een polarisatieproces te lang doorgaat of als tegenstellingen te veel op de spits worden gedreven, raakt de samenleving verdeeld. Dat kan leiden tot conflicten tussen groepen, segregatie, het verdwijnen van de ruimte voor genuanceerde meningen, radicalisering en geweld.
Hoe intenser die schadelijke polarisatie, hoe moeilijker het wordt om samen te leven, te wonen, te leren en te werken. Er bestaan weinig feitelijke gegevens over de mate waarin polarisatie in Vlaanderen en Brussel voorkomt, wel veel literatuur over de mechanismen van polarisatie en de wijze waarop we daarmee kunnen omgaan. Een aantal indirecte aanwijzingen helpen om de voedingsbodem voor polarisatie in onze samenleving in te schatten: vertrouwen in de medemens en verbondenheid, veiligheidsgevoel, vertrouwen in instellingen.
Evoluties op vlak van vertrouwen in de medemens, gevoel van veiligheid en vertrouwen in instellingen wijzen in vergelijking met andere landen niet direct op een onrustwekkende voedingsbodem voor polarisatie in Vlaanderen en Brussel.
De helft van de bewoners (18+) uit het Vlaamse Gewest stelde in 2021 dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Dat is wel een daling in vergelijking met 2021.

‘Gegeneraliseerd vertrouwen’ is ook een duurzame ontwikkelingsdoelstelling en wordt gemeten op basis van de European Social Survey (ESS) en geeft het aandeel respondenten weer dat minstens 6 op 10 antwoordde op de volgende vraag: “Denkt u, over het algemeen, dat de meeste mensen te vertrouwen zijn, of dat u niet voorzichtig genoeg kunt zijn in de omgang met mensen?“

In 2018 oordeelde 43,9 % van de bevolking van 15 jaar en ouder in België dat over het algemeen de meeste mensen te vertrouwen zijn. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, mag het gegeneraliseerd vertrouwen niet dalen. De trend is gunstig tussen 2002 en 2018 (evaluatie van november 2022).
Het vertrouwen in de medewens varieert naargelang herkomst. Inwoners met een niet Europese herkomst geven aan minder vertrouwen te hebben in de medemens (aandeel respondenten dat vindt dat de meeste mensen te vertrouwen zijn, 18-85 jaar). Dat is meer uitgesproken in het Brussels hoofdstedelijk Gewest.
Vlaamse Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In 2018 voelde 81,8 % van de bevolking van 15 jaar en ouder in België zich veilig in de openbare ruimte. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen. De trend is gunstig tussen 2002 en 2018 (evaluatie van november 2022).

In 2021 bedroeg de corruptieperceptie-index van België 73 op 100. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen. De trend is onbepaald tussen 2012 en 2021 (evaluatie van november 2022).

aandeel (%) respondenten dat zich zelden of nooit onveilig voelt in de buurt waar men woont, 18-85 jaar
Vlaams Gewest

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Bron: Barometer Samenleven
In 2018 had 37 % van de bevolking van 15 jaar en ouder in België vertrouwen in het rechtssysteem, het parlement, de politieke partijen en de politici. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer stijgen. De trend is onbepaald tussen 2004 en 2018 (evaluatie van november 2022).

Bovenstaande indicatoren suggereren dat de voedingsbodem voor polarisatie bij ons nogal meevalt. Dat sluit aan bij onderzoek dat verschillende types van democratieën over de wereld vergeleek naar de mate waarin polarisatie aanwezig is. Consensusdemocratieën, zoals België, Nederland en de Scandinavische landen, blijken minder gepolariseerd te zijn dan meerderheidsdemocratieën, zoals de VS of Frankrijk. In het huidige mediadiscours waarin het Belgische politieke model voortdurend onder vuur wordt genomen, toont dit onderzoek aan dat onze staatsstructuur toch gelinkt kan worden aan minder polarisatie.

De figuur hierboven geeft natuurlijk tegelijkertijd aan dat er ook in België sprake is van polarisatie. In Vlaanderen suggereert de mediaberichtgeving alvast dat de polarisatie en de spanningen in onze samenleving toenemen. In het publieke debat en op sociale media wordt er inderdaad serieus gebikkeld over controversiële kwesties zoals migratie, klimaat en het coronabeleid. Uit studies van Textgain blijkt bijvoorbeeld dat tussen 2015 en 2020 het aantal Nederlandstalige berichten op sociale media met een beledigend, racistisch, seksistisch of bedreigend karakter is toegenomen, en dat ook de toxiciteit van die berichten verhoogd is. Niet alleen lijkt de polarisering tussen extremistische ideologieën toe te nemen, er is ook een verharding en verscherping van het taalgebruik waarneembaar op sociale media. Longitudinale analyses geven aan dat opstoten van racistisch taalgebruik vaak kunnen worden teruggekoppeld naar nieuwsberichten of ophefmakende opiniestukken.
Polarisatie manifesteert zich op verschillende maatschappelijke breuklijnen. Naast spanningen op basis van culturele identiteit, zien we ook spanning op basis van (extreme) standpunten en van sociaal-economische breuklijnen.
Hoewel de wetenschappelijke en publieke belangstelling voor het fenomeen de laatste jaren enorm is toegenomen, is en blijft polarisatie een omstreden concept met veel mogelijke betekenissen en conceptualiseringen. Los van het feit dat iedereen het erover eens is dat polarisatie een belangrijke bron van conflicten is in hedendaagse samenlevingen, blijft de betekenis en de intensiteit van polarisatie onderwerp van debat onder academici en het publiek. Daarom is polarisatie ook moeilijk met feitelijke data te vatten.
Hoewel er veel verschillende opvattingen over polarisatie bestaan, kunnen we twee vaak besproken soorten polarisatie onderscheiden: polarisatie op basis van ideeën en polarisatie op basis van identiteit.
- Polarisatie op basis van ideeën is het proces waarbij verschillende groepen het onverzoenlijk oneens zijn over bepaalde ideeën (bijvoorbeeld opwarming van de aarde en vaccinatie tegen COVID-19). Deze vorm van polarisatie uit zich door scherpe ideologische verschillen of verschillen in attitudes tussen actoren. Polarisatie blijft echter niet beperkt tot een op ideeën gebaseerde onenigheid.
- Soms botsen groepen niet noodzakelijk over bepaalde ideeën, maar door de identiteit van de ander. We spreken dan over identiteitsgebonden polarisatie. In tegenstelling tot polarisatie op basis van ideeën, waarbij het conflict vooral tot uiting komt in beargumenteerde argumenten, richt polarisatie op basis van identiteit zich op antipathie en conflicten tussen groepen. De interactie tussen groepen is dan vaak veel emotioneler van aard. Internationaal vergelijkend onderzoek toont dat beide vormen van polarisatie wereldwijd zijn toegenomen.

In het rapport ‘Radicalisering en polarisatie’ inventariseert de VVSG verschillende breuklijnen waar hun leden (lokale besturen) polarisatie en radicalisering in hun gemeente observeren. Lokale besturen gaven tot voor kort steeds aan dat het merendeel van de signalen van gewelddadige radicalisering gebaseerd waren op een Islamitisch of Salafi Jihadi discours. Recent observeert VVSG hier een kentering. In 2022 zijn er voor het eerst meer lokale besturen die signalen van rechts geïnspireerd extremisme (54%) ontvangen dan signalen van
Islamitisch geïnspireerd extremisme (51%).
Naast die twee meest voorkomende vormen zijn er twee nieuwe categorieën die hoog scoren, met name COVID-19-gerelateerde (43%) en anti-overheidsradicalisering (35%). Daarnaast zien we ook een toename in links-extremisme (28% i.p.v. 5%), milieu-en klimaatactivisme (24% i.p.v. 3%), dierenrechten (21% i.p.v. 1%), ultranationalisme (20% i.p.v. 4%) en sekten en sektarische organisaties (18% i.p.v. 1%) tegenover de ledenbevraging in 2020.

Uit een enquête blijkt dat sociaaleconomische kwesties de belangrijkste impact hebben op polarisatie en spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen in Brussel. Bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lijken zich meer zorgen te maken over economische problemen (ongelijke toegang tot overheidssteun, inkomensongelijkheid) dan over kwesties gerelateerd aan samenleven in diversiteit of spanningen tussen de generaties. De negen meest voorkomende polarisatie-assen in Brussel verschillen van elkaar in intensiteit.

Hoewel digitale media op zichzelf niet tot polarisatie leiden, maar altijd in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen, kunnen algoritmen, snelheid en bereik van sociale media bijdragen tot polarisatie.
Online discussiefora en sociale media bieden kansen op een rijker democratisch debat. Ze vergroten de interactiemogelijkheden tussen overheden en burgers, klassieke media en burgers, en burgers onderling. Tegelijk houden ze risico’s in. Interacties op sociale media leiden regelmatig tot bitsige conflicten en kunnen polarisatie in de hand werken. Die online polarisatiedynamieken brengen ook risico’s mee op intimidatie of geweld in de fysieke wereld.
De sociale media worden beheerd door grote internationale bedrijven. Ze functioneren op basis van algoritmen. Algoritmen worden gebruikt om de betrokkenheid van gebruikers te optimaliseren. Op basis van data-analyses schotelen mediabedrijven gerichte informatie voor aan gebruikers, informatie die overeenkomt met hun interesses. Het doel van sociale media is uiteindelijk om zoveel mogelijk gebruikers aan te trekken en hen zo lang mogelijk op hun platform te houden. Sociale mediabedrijven zijn immers marktspelers en gericht op winstbejag.
Door het gebruik van algoritmes kunnen sociale mediaplatformen veranderen in ruimtes waar eigen overtuigingen steeds weerkaatsen en eigen meningen voornamelijk bevestigd worden. We spreken dan over informatiebubbels, waarbij het algoritme de informatie die de gebruiker te zien krijgt filtert. Een algoritmische herhaling van het eigen standpunt kan het gevoel voor nuance doen afnemen bij de gebruiker die steeds minder pen staat voor kritiek vanuit andere invalshoeken. De algoritmen houden het standpunt van de tegenpool verborgen. Gebruikers raken er zo mogelijks van overtuigd dat hun standpunt het enige correcte is en dat de meerderheid van de mensen die mening deelt. Zo ontstaat er een voedingsbodem voor polarisatie.
Wetenschappers hebben niet altijd een goed zicht op de algoritmen. Dat maakt het voor overheden niet makkelijk om wetenschappelijk onderbouwd beleid te voeren tegenover online polarisatie. Digitale media leiden niet op zichzelf tot polarisatie, maar altijd in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen. Een adequaat beleid ambieert daarom best een holistische aanpak waarbij de technologische aspecten (bv. algoritmen) niet los gezien worden van de specifieke maatschappelijke context waarbinnen polarisatie optreedt[1].
Online polarisering kent verschillende vormen: hatespeech, trolling en desinformatie. Online polarisering kan door verschillende gebruikers op sociale media versterkt worden:
Wat deelname aan online debatten betreft, kunnen er vijf groepen socialemediagebruikers onderscheiden worden[2]: disputanten, hartluchters, meelezers, trollen, en debat-entrepreneurs. Elk van die vijf groepen heeft verschillende doelen met hun socialemediagebruik, en dit beïnvloedt de verwachtingen die ze hebben over het platform en over andere gebruikers. De berichten van disputanten, hartluchters en meelezers kunnen soms bijdragen aan polarisatie, maar dat is een onbedoeld gevolg van oprechte frustraties die ze ervaren. Die groepen kunnen daarom waarschijnlijk overtuigd worden om op een constructieve manier deel te nemen aan online debatten. Dat is echter niet het geval voor trollen en polarisatie-entrepreneurs, die polarisatie bewust lijken uit te lokken.
- Disputanten willen een inhoudelijk en constructief debat en zijn voorstander van expliciete online gedragsregels, maar de soms heftige uitwisselingen op sociale media kunnen tot frustraties leiden, waardoor ze soms de pedalen verliezen en affectief polariseren, of soms ook sociale media de rug toekeren.
- Hartluchters gebruiken sociale media vooral om stoom af te blazen en frustraties van zich af te schrijven. Hun acties zijn spontaan en emotioneel, wat de polarisering kan aanjagen.
- Meelezers zijn dan weer erg terughoudend bij het zelf plaatsen van berichten, vooral omdat ze beducht zijn voor felle reacties. Ze gebruiken sociale media vooral als informatiebron en graadmeter van wat er leeft in de samenleving.
- Debat-entrepreneurs streven specifieke politieke of maatschappelijke doelen na en spelen daarom strategisch in op gepolariseerde debatten. Daartoe trekken ze soms zelf polarisering op gang, maar ze kunnen zich even goed verzoenend opstellen. Alles hangt af van hun doelstellingen. In ieder geval handelen ze uiterst beredeneerd. Onder de debat-entrepreneurs vinden we ook echte polariseringsondernemers, die er baat in zien om voortdurend olie op het vuur te gooien en er op uit zijn om polarisering aan te jagen.
- Trollen zijn actief op sociale media om te choqueren en te provoceren. Machtshebbers en prominente figuren zijn daarbij een geliefkoosd doelwit. Ze vinden dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is. Vaak opereren ze volledig anoniem.
[1] Picone, I. & Jurg, D. (2021). Digitale disconnectie. Wanneer polarisatie viraal gaat. Mechelen: Hannah Arendt Instituut.
[2] Vyncke, B., Van gorp, B. & Opgenhaffen, M. (2022). Online polarisering: Slim omgaan met trollen, hartluchters, meelezers en meer. Brussel: Vlaams Vredesinstituut.
In België kennen we steeds diffusere, minder eenduidige en welomlijnde uitingen van extremisme. Naast lone actors spelen islamistische bewegingen, nationale fracties van sommige diasporagroepen en rechts-extremistische groepen daarin een zichtbare rol.
Radicalisering en polarisatie worden vaak in één adem genoemd. Meestal wordt dan gefocust op het problematische aspect van beiden. Het is echter zo dat zowel radicalisering als polarisatie nodig zijn om tot maatschappelijke veranderingen te komen. Een radicaliseringsproces vormt eigenlijk een continuüm: van radicalisme over extremisme naar terrorisme.
Radicalisering is de groeiende bereidheid tot het nastreven en/of ondersteunen van diepingrijpende veranderingen in de samenleving. Die veranderingen staan op gespannen voet met de democratische rechtsorde en om die veranderingen te bewerkstelligen worden ondemocratische middelen ingezet. Radicalisering kan leiden tot extremisme en uiteindelijk uitmonden in geweld (terrorisme). Polarisatie kan in dat proces een belangrijke rol spelen. Tegenstellingen en verschil worden steeds scherper en extremer verwoord en leiden op die manier een radicalisering van volgers. Polarisatie is dan een katalysator in het proces van individuele radicalisering.
De evoluerende context van extremisme verhindert een accurate beeldvorming: steeds diffusere, minder eenduidige en welomlijnde uitingen van extremisme maken dat het fenomeen minder makkelijk te herleiden valt tot duidelijke cijfers. Toch rapporteert het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) cijfers. In 2022 waren er in ons land 215 dreigingsmeldingen die verband houden met terrorisme of extremisme. Dat is vergelijkbaar met het jaar voordien. Het OCAD stelt wel een significante toename vast van het aantal dreigingen tegen politiediensten. Het algemene dreigingsniveau bleef het hele jaar op niveau 2, gemiddeld. Dreigingen worden het meest geuit via sociale media en berichtenapplicaties.
Veruit de meeste dreigingsmeldingen hebben het profiel van een lone actor. Het gaat dan om iemand die alleen wil overgaan tot actie. De meeste van deze individuen hebben geen structurele band met terroristische of extremistische groepen. Bij minder dan 20% van de dreigingsmeldingen gaat het om plannen die worden beraamd door meerdere individuen samen.
Voor een derde van de meldingen die het OCAD ontving, is de ideologische dimensie van de dreiging niet gekend of onduidelijk. De grootste uitdaging komt in Vlaanderen nog steeds voort van jihadistisch geweld. Eén derde van de meldingen komt uit de hoek van een jihadistische ideologie.
Iets meer dan een tiende van de dreigingen is afkomstig uit het buitenland, waarbij onder andere bepaalde regimes hun pijlen richten op vermeende politieke opposanten in België. Een even groot aandeel wordt ingenomen door diverse dreigingen die voorkomen uit een specifieke thematiek in de samenleving zoals anti-establishment gevoelens naar aanleiding van de COVID-19 pandemie.
Iets minder dan een tiende van de meldingen houdt verband met rechts-extremisme. Verschillende rechts-extremistische stromingen lijken aan een sterke opgang bezig. Momenteel worden in de politiedatabank ongeveer 3.000 personen gekoppeld aan rechts-extremistische organisaties. De dreiging op het vlak van links-extremisme bleef beperkt.
Single-issue extremisme, oftewel individuen en groeperingen die voor alleenstaande thema’s strijden, vormt een beperkte bedreiging in België vanwege de relatieve kleinschaligheid ervan, maar ook omdat de meeste acties geweldloos verlopen. Toch zijn hier ook gewelddadige acties terug te vinden. Het gaat in het bijzonder om acties die verband houden met dierenrechten en milieubewustzijn, alsook nieuwere thema’s zoals extremisme gericht op 5G-zendmasten en gelinkt aan de incel-ideologie, een misogyne beweging van onvrijwillige celibataire mannen.
Uit een analyse van het Vlaams Vredesinstituut komen enkele overkoepelende aspecten naar voren.[2] Zo blijkt dat de omvang van extremisme in Vlaanderen sterk verbonden is aan ontwikkelingen in het buitenland. De hergroepering van IS in Irak en de her opkomst van Al-Qaeda kunnen leiden tot een heropflakkering van jihadisme in ons land. Ook extremisten van andere ideologische strekkingen namen de voorbije jaren deel aan gewapende conflicten in het buitenland. Conflicten in het buitenland kunnen ook spanningen tussen diasporagroepen in België versterken.
Daarnaast valt op dat de online dimensie een steeds grotere rol speelt in operationele en strategische aspecten van extremistische bewegingen. Extremistische acties gebeuren steeds vaker op het internet, zoals online haatspraak en intimidatie van tegenstanders. Het internet herbergt naast steeds toegankelijke salafistische en jihadistische propaganda ook een breed spectrum aan online platformen met rechts- en links-extremistisch propaganda- en rekruteringsmateriaal.
In België is er ook sprake van cumulatief extremisme.[3] Dat is het proces waarbij verschillende vormen van extremisme op elkaar reageren en elkaar versterken, wat zich vaak vertaalt in een dynamiek van al dan niet gewelddadige reacties en tegenreacties. Zo’n cumulatief radicalisme observeren we tussen links- en rechts-extremisten, rechts-extremistische en islamitische bewegingen, en nationalistische fracties van sommige diasporagroepen. Cumulatief radicalisme kan leiden tot verhoogde radicalisering van individuen leiden, spiralen van geweld en bredere trends van sociale polarisatie.
[2] Vlaams Vredesinstituut (2020). Factsheet 02 12 2020. Actuele uitdagingen en noden inzake gewelddadige radicalisering en extremisme. (https://vlaamsvredesinstituut.eu/wp-content/uploads/2020/12/Factsheet-Actuele-uitdagingen-en-noden.pdf)
[3] Annelies Pauwels (2022). Cumulatief extremisme. De Rol van beeldvorming. Brussel: Vlaams Vredesinstituut. (https://vlaamsvredesinstituut.eu/wp-content/uploads/2022/06/Vredesinstituut-ANALYSE-Cumulatief-Extremisme-web.pdf)


