Vrije tijd
Naast slapen en betaalde arbeid besteden we onze tijd nog aan tal van andere activiteiten. Buiten de uren die we aan zorg besteden, online actief zijn of in de auto of op het openbaar vervoer doorbrengen, kunnen we vandaag kiezen uit tal van vrijetijdsactiviteiten. We kunnen sporten in een sportclub, deelnemen aan activiteiten van diverse verenigingen of ons als vrijwilliger inzetten. Daarover rapporteerden we al in het thema ‘Verenigen en vrijwillige inzet’.
Maar er zijn meer mogelijkheden. We kunnen passief of actief deelnamen aan allerlei culturele activiteiten of op uitstap of reis gaan in binnen- of buitenland. Er is een groeiend aanbod aan commerciële vrijetijdsactiviteiten, de sector ‘horeca en toerisme’ is een groeisector. En we besteden met z’n allen, ook in onze vrije tijd, veel tijd op onze smartphone en op andere media. Technologische ontwikkelingen en digitalisering brengen ook in onze vrije tijd nieuwe mogelijkheden met zich mee. Tijdens de coronacrisis werd dat heel duidelijk: we speelden meer games, we streamden volop en keken naar video on demand.
Als je aan vrienden en kennissen vraagt hoe het gaat, krijg je vaak “druk, druk druk” als antwoord. Je zou voor minder met zoveel mogelijkheden om je tijd te besteden. Aan veel vormen van (vrije)tijdsbestedingen hangen ook diverse verwachtingen vast. Dat geeft soms stress en vrijetijdsdruk. En dat terwijl we in vergelijking met vroeger meer verlof hebben en minder uren moeten werken. Veel mensen zoeken dan ook ontspanning in hun vrije tijd. Of ze zoeken meer doortastend naar manieren om te onthaasten.
Het onderscheid tussen verschillende vormen van tijdsbesteding (leren, werken, zorgen, ontspannen …) vervaagt waardoor we steeds meer drukte ervaren, manieren zoeken om daarmee om te gaan en de nood aanvoelen om te ontspannen.
Het voelt wellicht anders aan, maar het aandeel vrije tijd is sterk toegenomen. In 2013 waren we vier uur per dag bezig met onder andere sport, hobby’s, tv kijken en scrollen op sociale media. Recentere cijfers op basis van tijdsbudgetonderzoek zijn (nog) niet beschikbaar. Slapen en rusten is de activiteit die het grootste deel van ons leven inneemt. Gemiddeld doen we dat iets meer dan 9 uur per dag of bijna 38% van onze tijd. Betaalde arbeid staat bij velen centraal in het leven. Toch werken we gemiddeld maar iets meer dan 2 uur per dag, nog geen 10% van de tijd. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen individuen. Bovendien besteden we onze tijd tijdens een weekdag heel anders dan in het weekend.

Ondanks het feit dat we gemiddeld maar iets meer dan 2 uur per dag werken, hebben we het allemaal steeds drukker. Dat komt onder meer omdat de grenzen tussen de verschillende vormen van tijdsbesteding vervagen. Nieuwe tendensen zoals edutainment (op een speelse manier leren) en gamification (leren in de vorm van een spel) zijn daarvan voorbeelden. En nu we allemaal via onze smartphone permanent bereikbaar zijn, is ook het onderscheid tussen werk (betaald en onbetaald), opleiding, zorg en vrije tijd niet altijd meer even scherp.
Steeds meer mensen hebben het moeilijk met de ervaring van toegenomen drukte. Een voorzichtige raming van de SERV van het aantal personen dat uitgevallen is door een burn-out brengt ons op 17.330 personen met burn-out in invaliditeit in 2020 (16.333 werknemers/werklozen en 997 zelfstandige ondernemers)*.
Meer en meer mensen zoeken naar manieren om trager te leven. Sommigen zoeken ademruimte in ‘slow culture’: een cultuur van bewuste vertraging, waarin ze zichzelf niet langer voorbij hollen. In november 2022 werden 234.812 onderbrekingsuitkeringen uitgekeerd in de verschillende stelsels van tijdskrediet (private sector), loopbaanonderbreking (publieke sector) en thematische verloven (private en publieke sector). Dat zijn 6.409 uitkeringen meer dan in november 2021 (+2,8%).

De meerderheid van de onderbrekingsuitkeringen was voor een vermindering van het werkregime met 1/5: 143.172 uitkeringen, 61,0% van alle uitkeringen voor 2020. Het aantal voltijdse onderbrekingen is vrij beperkt: 16.169 uitkeringen of 6,9% van de gevallen.
In de keuze van vrijetijdsactiviteiten laten Vlamingen zich leiden door zowel de behoefte aan mentale en fysieke ontspanning als door de wens tot zelfontplooiing en het ontwikkelen en onderhouden van kennis en vaardigheden, en sociale contacten. Een groot deel onder hen vindt al die motieven belangrijk, maar mentale en fysieke ontspanning vormt uitgesproken het belangrijkste motief*. In 2020 oefende bijvoorbeeld 72% (altijd of vaak) vrijetijdsactiviteiten uit omdat ze zich daardoor mentaal kunnen ontspannen; bij 69% vormde fysieke ontspanning vaak of altijd een motief.
*Bordeaud’hui, R., Janssens, F. & Vanderhaeghe, S. (2022) Burn-out. Analyse van d earbeidssituatie van werknemers en zelfstandige ondernemers met burn-outsymptomen. Brussel: SERV /stichting Innovatie & Arbeid
*Kenniscentrum Media- en CultuurParticipatie, PaS 2020-2021-2022
Coronamaatregelen hadden een grote invloed op uithuizige cultuurparticipatie. Ondertussen participeert opnieuw ongeveer 80% van de bevolking aan uithuizige cultuurparticipatie. Net zoals voor corona zijn dat relatief meer hooggeschoolden.
Volgens de metingen van de participatiesurvey in 2004, 2009 en 2020 nam ongeveer drie kwart van de bevolking deel aan minstens één culturele activiteit in de zes maanden vóór elke bevraging. In 2020 steeg dat tot 80%. Bovendien is ook de intensiteit van participatie toegenomen. In 2020 heeft 38,7% aan zeven of meer uithuizige culturele activiteiten deelgenomen; in de voorgaande metingen varieerde dat cijfer van 30,6% tot 32,3%.

Voor meerdere vormen van uithuizige cultuurparticipatie stelt het Kenniscentrum Cultuur- en Mediaparticipatie stijgende participatiecijfers vast tegenover de voorgaande metingen. Het meest spectaculair is de stijgende populariteit van concerten: het aandeel dat concerten bezoekt, verdubbelt maar liefst van 12,2% in 2004 naar 26,9% in 2020. Daarnaast noteren ook kunstmusea en de podiumkunsten een hogere participatiegraad. Ook voor erfgoedparticipatie werden hogere cijfers genoteerd voor 2020 dan voor 2004 en 2014.
Voor bioscoop- en bibliotheekbezoek blijft de participatie op gelijke hoogte over de vier meetmomenten.
De actieve deelname aan cultuur (amateurkunstbeoefening) bleef in 2020 (voor de covidpandemie) op hetzelfde niveau als bij de voorgaande edities. Net iets meer dan een kwart beoefende anno 2020 een creatieve hobby en oefende die minstens maandelijks uit.

Meer gedetailleerde analyses tonen dat het verhoogde aandeel hoger opgeleiden in de totale bevolking in belangrijke mate heeft bijgedragen tot het status quo of de stijging van de participatiecijfers, en dat voor zowel de participatie aan kunsten en erfgoed. Omdat hoogopgeleiden een groter aandeel in onze samenleving vormen en zij ook meer participeren aan uithuizige cultuur, noteert het Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie hogere participatiegraden. De keerzijde daarvan is dat sociale ongelijkheden in cultuurparticipatie onverminderd blijven bestaan.
Ook wanneer we rekening houden met de socio-demografische ontwikkelingen in onze samenleving blijken een aantal participatievormen in de lift.

In het najaar van 2022 namen iets meer dan 8 op de 10 volwassen inwoners van het Vlaamse Gewest deel aan minstens één culturele activiteit, meer dan in 2021 (76%). In die groep kunnen we drie verschillende types van participanten onderscheiden. Het ‘kernpubliek’ participeert minstens aan 2 soorten activiteiten per maand. De ‘belangstellende participanten’ nemen minstens 1 keer per jaar aan 3 verschillende soorten activiteiten deel. Ruim 60% van de bevolking behoort tot 1 van die 2 groepen en is daarmee een regelmatig cultuurparticipant. Dat aandeel is sterk toegenomen tegenover 2021. 2 op de 10 behoren tot de groep van ‘cultuurpassanten’. Zij nemen minder intensief aan cultuur deel. Een vergelijkbaar aandeel (17%) doet helemaal niet aan cultuurparticipatie.

In 2022 lag de cultuurparticipatie het laagst bij de 65-plussers. In de jongere leeftijdscategorieën ligt de participatie hoger. Net zoals voor de coronapandemie blijft de mate van cultuurparticipatie sterk verschillen naar opleidingsniveau. Hooggeschoolden participeren vaker aan cultuur dan laaggeschoolden. De groep van non-participanten is het grootst bij de laaggeschoolden.
Ondertussen trekken we er terug even vaak op uit als voor de coronacrisis. Maar net zoals voor de coronacrisis is ook nu op vakantie gaan in binnen- of buitenland niet voor iedereen weggelegd.
In 2022 werden in totaal 27,5 miljoen toeristische overnachtingen geboekt in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er 39% meer dan in 2021, toen er nog covidmaatregelen golden. De zakentoeristen waren in 2022 goed voor 17% van de geboekte overnachtingen. De overige overnachtingen gebeurden in het kader van reizen als ontspanning en vakantie. Door het wegvallen van de covidmaatregelen kwamen er in 2022 vooral weer meer buitenlandse toeristen naar Vlaanderen, maar ook het aandeel binnenlandse overnachtingen nam licht toe met 8%.

Belgen waren in 2022 goed voor bijna 16,4 miljoen overnachtingen of 60% van het totaal aantal overnachtingen in het Vlaamse Gewest. 31% van alle overnachtingen in het Vlaamse Gewest, ruim 8,5 miljoen overnachtingen, vond in 2022 plaats aan de kust. De 5 kunststeden (Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen) waren samen goed voor ruim 6,6 miljoen overnachtingen of 24% van het totaal. De rest van de overnachtingen vond plaats in de andere Vlaamse gemeenten, met de grootste aantallen in enkele gemeenten in de Kempen (vakantieparken) en in Machelen (nabijheid luchthaven).

In 2022 maakte 65% van de inwoners in het Vlaamse Gewest minstens 1 reis met minstens 1 overnachting, 57% van de inwoners maakte minstens 1 buitenlandse reis. Door de covidpandemie lag de vakantieparticipatie in 2020 en 2021 veel lager dan in de voorgaande jaren. Van 2017 tot 2019 schommelde de algemene vakantieparticipatie rond 69% en steeg de buitenlandse vakantieparticipatie van 58% tot 63%. In 2022 steeg de vakantieparticipatie opnieuw en dat voor alle reizen, maar nog niet tot op het niveau van 2019.

Bij een aantal groepen ligt de vakantieparticipatie lager dan gemiddeld. In 2022 was dat zo voor van huishoudens zonder werkenden (41%), alleenstaanden (43%), laaggeschoolden (45%) en 55-plussers (50%). Ook voor de buitenlandse reizen lag de participatie in die groepen het laagst. Personen in huishoudens met 2 werkenden, hooggeschoolden en personen in huishoudens met kinderen participeren verhoudingsgewijs het meest aan vakanties in binnen- en buitenland.
In 2022 gaf 40% van de inwoners van het Vlaamse Gewest aan dat ze niet gereisd hebben om financiële redenen. 27% had geen interesse in reizen en voor 15% was het niet mogelijk om te reizen door hun gezondheidstoestand. In 2022 werd gebrek aan vrije tijd vaker dan in 2019 als reden aangegeven, samen met het feit dat men bezorgd was om de veiligheid.

Digitalisering en technologische ontwikkelingen beïnvloeden ook de wijze waarop we in onze vrije tijd media gebruiken. Televisie krijgt nog steeds een centrale plaats in de woonkamer, terwijl we de smartphone ook in onze vrije tijd niet meer kunnen wegdenken.
Ook in onze vrije tijd zijn digitale media ondertussen sterk verankerd. Velen onder ons kunnen zich nog moeilijk inbeelden hoe ze hun vrije tijd zouden plannen, organiseren en beleven zonder digitale media en internet.
Om het mediagebruik in beeld te brengen, beschikken we over actuele gegevens van Statistiek Vlaanderen (2021 -2022) en gegevens en ontwikkelingen voor de jaren 2014 en 2020 van het Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie.
Uit de Partcipatiesurvey blijkt ondubbelzinnig hoe de smartphone een onlosmakelijk deel van ons mediarepertoire is geworden en hoe we er doorheen de dag ook steeds meer aan vastgekluisterd zijn. Uit de imec.digimeter leren we dat sociale media (23%) en chat-apps (15%) het grootste aandeel van de schermtijd (gemiddeld totaal: 185 minuten per dag) in beslag nemen. Opgeteld is dat 38% voor verbinding. Twitter, Instagram en Facebook worden minder dan vroeger gebruikt, WhatsApp is het meest gebruikte kanaal. Voor 85% van de Vlamingen is het gebruik van een sociaal medium en/of een chatdienst een dagelijkse gewoonte. In de leeftijdsgroep van 18 tot en met 35 jaar is die dagelijkse gewoonte het sterkst aanwezig (98%).

Volgens een bevraging van Statistiek Vlaanderen gebruikte 94% van de volwassen inwoners in het Vlaamse Gewest in het najaar 2022 minstens wekelijks een mobiele telefoon.

Tegenover de opkomst van de smartphone staat een daling in het gebruik van de meer traditionele media zoals de papieren krant. Vooral hoogopgeleiden en oudere leeftijdsgroepen lazen nog een papieren krant. Hoewel je de krant ondertussen ook digitaal kan lezen, daalde het aandeel Vlamingen dat in het najaar 2022 de krant las naar 59% tegenover 64% in het najaar 2021. Volgens het Digital News Report verliezen gedrukte pers, maar ook andere traditionele nieuwsmedia zoals televisie- en radionieuws, gebruikers; ook bij oudere leeftijdsgroepen en hoogopgeleiden. We richten ons meer en meer tot andere online nieuwsbronnen.
Het televisietoestel blijft een vaste waarde in het mediadieet van Vlamingen. Ruim 97% van de respondenten van de Participatiesurvey 2020 geeft aan gedurende de afgelopen maand (voor de uitbraak van de coronapandemie) een televisietoestel gebruikt te hebben. Televisie heeft inmiddels al meer dan een halve eeuw geleden haar intrede gedaan in Vlaamse huishoudens en blijft voor veel Vlamingen nog steeds de rol van centraal scherm in het huishouden bekleden. Ondertussen vinden ook nieuwe technologieën zoals videostreaming en casting hun weg naar het televisiescherm. Jongeren kijken minder naar televisie en luisteren minder naar de radio dan de oudere groepen. Jongeren streamen dan weer vaker series en muziek.
In 2020 tekent het Kenniscentrum Cultuur- en MediaParticipatie een lichte toename op in het gebruik van spelconsoles. Zo’n 19% van de respondenten in de Participatiesurvey 2020 geeft aan gedurende de voorbije maand een spelconsole gebruikt te hebben, dat is een stijging van zo’n 4,7 procentpunten sinds 2014.
Op basis van de participatiesurvey kunnen we drie soorten gamers onderscheiden:
- casual gamers (47%): gamers die hoofdzakelijk casual games (bv. Bejeweled), puzzels, en quiz & trivia games spelen op de smartphone.
- sensatiezoekers (19%): zij die hoofdzakelijk race- en sportgames (bv. Fifa) spelen, en dat bij voorkeur op spelconsoles of smartphone doen.
- hardcore gamers (33%): zowel de pc-gamers (13%) die zich toeleggen op een brede waaier aan genres (waaronder MMO-games en World of Warcraft), strategie, actie en avontuur als de omnigamers (20%) die daarvoor naast de pc ook ander toestellen, zoals spelconsole en smartphone gebruiken.
Oudere en vrouwelijke gamers vinden we voornamelijk terug in de groep van casual gamers. Respectievelijk 75% en 69% van de hardcore gamers en sensatiezoekers zijn dan weer jongere mannen (14-30 jaar). Het aandeel vrouwen in die groepen blijft beperkt. Hardcore gamers beoefenden tijdens de 12 maanden voorafgaand aan de bevraging minder een sport en waren minder actief lid van een sportvereniging dan niet-gamers. Sensatiezoekers daarentegen, die ook bij het gamen vaker naar sportgames grijpen, beoefenen dan weer meer sport dan niet-gamers. Dat toont hoe bepaalde patronen van onze vrijetijdsbeleving in verschillende domeinen (zoals hier gaming en lichaamsbeweging) een rode draad vormen. Ook in de relatie tussen gaming en mentaal welzijn zien we merkbare verschillen. Hardcore gamers vertonen een hogere kans op een slechter mentaal welzijn dan niet-gamers. Hardcore gamen kan een indicator zijn van een onderliggend probleem, dat via games ontvlucht wordt.


