Afweging 3: Gaan we publiek met deze kwestie?
Sociaal werkers en hun organisaties kunnen verschillende, waardevolle en effectieve manieren van politiek handelen inzetten. Enkele bekende strategieën zijn bijvoorbeeld lobbywerk, expertinbreng, signalering, advocacy of het benutten van je discretionaire ruimte.
Hoe waardevol die strategieën op zich ook zijn, ze verschillen van politisering omdat ze niet expliciet de openbaarheid opzoeken. Soms vormen ze wel een aanzet tot of leveren een bijdrage aan een proces van politisering.
Werkers en organisaties kunnen er voor kiezen om kwesties niet (op dat moment) te politiseren. Daar worden allerlei argumenten voor gegeven:
- vanuit de deelnemers: bijvoorbeeld de concrete individuele noden slorpen alle energie op
- vanuit de kwestie: bijvoorbeeld omdat je rond deze kwestie de expertise (nog) niet in huis hebt
- vanuit beleidsmakers: bijvoorbeeld omdat je een (eventueel wankele) relatie met beleidsmakers niet wil vertroebelen
- of vanuit de bredere samenleving: bijvoorbeeld omdat je inschat dat het publiek er nog niet klaar voor is
Die afwegingen zijn niet louter rationeel maar hangen ook samen met meer normatieve of emotionele drijfveren zoals visies op de relatie met deelnemers en met beleidsmakers, of gevoelens van angst of trots. Een te voorzichtige afweging kan leiden tot zelfcensuur.
Als sociaal werkers en hun organisaties per definitie uitgaan van harmonie, als ze zich opstellen als nuttige uitvoerders van overheidsbeleid, als ze bang zijn om steun of subsidies te verliezen, als ze de publieke opinie niet tegen de haren in willen strijken … dan leidt dit ertoe dat elke dynamiek naar politisering in de kiem wordt gesmoord.
Er is echter wel één fundamentele afweging. Kunnen door politiserend werk rechten worden afgenomen of ingeperkt voor mensen die nog niet gehoord, gezien en erkend worden binnen de dominante machtsverhoudingen? We zien dit duidelijk in praktijken met mensen zonder wettig verblijf waar de discretionaire ruimte precies juist niet in de openbaarheid gebeurt om de rechten van deze mensen maximaal te verzekeren.
Of kwesties beter niet gepolitiseerd worden vraagt dus een zorgvuldige afweging. Wie maakt die afweging? Kunnen sociaal werkers en vooral deelnemers zelf hierover meedenken en beslissen? Of wordt dit voorbehouden voor de top van de organisatie?
Voor sociaal werkers en hun organisaties hangt de mogelijkheid tot politisering ook samen met hun formele positie, statuut en uitgebouwde relaties. Sommigen zien hierin al snel een beperking van de mogelijkheden. Naast een portie moed vraagt politisering ook verbeelding om de eigen positie niet te vlug als een kooi te zien. Coalities aangaan of deelnemen aan collegagroepen zijn slechts enkele mogelijkheden om de ruimte tot politisering op te rekken.


