Stap 1: Kapstok voor sociaal-cultureel werk
In het maatschappelijk middenveld zijn er heel wat spelers: vakbonden, ziekenfondsen, lobbygroepen, werkgeversverenigingen, jeugdwerk … Er is dus nood aan een helder kader om te bepalen welke organisaties met hun werking thuishoren in het sociaal-cultureel volwassenenwerk. De kernvraag is: hoe weet je dat je met sociaal-cultureel werk te maken hebt en niet met bijvoorbeeld welzijnswerk of praktijken uit de opleidingswereld? Het antwoord ligt in het specifieke samenspel van de sociaal-culturele rollen én functies die vervat zitten in de praktijken die organisaties realiseren.
Verbinding tussen je missie en praktijk
Rollen en functies bieden een kapstok om een logische verbinding te maken tussen je missie – waarin je uitdrukt wat je wilt betekenen in de samenleving – en je praktijken. Dat kan op drie manieren:
- Beleid maken vanuit rollen en functies
Om je missie te realiseren, formuleer je strategische doelen. Die doelen drukken uit wat je veranderd wilt zien in de wereld. Daarbij beschrijf je zo helder mogelijk bij wie en wat er precies moet veranderen. Je bepaalt hoe je ruimte wil maken in de samenleving voor kritische reflectie, wie je daartoe met elkaar wil verbinden en op welke maatschappelijke uitdagingen je een antwoord wil bieden door in de praktijk te experimenteren met nieuwe spelregels. Dat zijn respectievelijk de kritische rol, de verbindende rol en de laboratoriumrol.
Je stelt je vervolgens de vraag welke processen daarvoor concreet nodig zijn: gaat het vooral over gemeenschapsvorming of leerprocessen? Over cultuur maken of smaken? Over maatschappelijke beweging? Dan heb je het over de vier functies: de gemeenschapsvormende functie, de leerfunctie, de cultuurfunctie en de maatschappelijke bewegingsfunctie. Je onderzoekt ook welke combinatie van functies de meeste kans belooft op succes. Die samenhang expliciet maken, versterkt de kwaliteit van je beleidsvoering en ondersteunt een doordachte keuze voor een functiemix in relatie tot de maatschappelijke veranderingen die je wil realiseren.
- Je praktijk sturen en verbeteren vanuit rollen en functies
Ook als sociaal-cultureel werker helpt dit kader je om jouw praktijken kwaliteitsvol op te zetten en voortdurend te verbeteren. Je kan je interventies gericht afstemmen op die sociaal-culturele processen (zeg maar: de functies) die nodig zijn om je doelstellingen te realiseren. Tegelijk kun je evalueren of de gewenste processen ook effectief bereikt worden en waar nodig bijsturen.
Beter weten welke veranderingsprocessen nodig zijn, grondiger nadenken over hoe je die kan realiseren bij de juiste mensen of gemeenschappen, en gericht evalueren of de functies daadwerkelijk gerealiseerd worden: dat alles draagt bij aan de kwaliteit van je dagelijks handelen.
- Verantwoorden in relatie tot rollen en functies
Door je praktijken te beschrijven aan de hand van rollen en functies, kan je stakeholders – zoals overheden of je publiek – helder tonen hoe jullie bijdragen aan de maatschappelijke verandering die jullie wensen. Je maakt zichtbaar hoe er geleerd wordt, welke rol cultuur speelt in een praktijk, hoe mensen kansen krijgen om zich te engageren of kwesties te politiseren, of hoe je gemeenschappen helpt vormen en versterken. Zo laat je precies zien welke veranderingsprocessen gerealiseerd worden, hoe die bijdragen aan de realisatie van je missie en dus ook van de drie sociaal-culturele rollen.
Twee kanten van dezelfde medaille
Functies zitten aan de uitvoeringskant: ze tonen op welke processen je met activiteiten inzet om je missie en rollen waar te maken. Het is een misverstand dat bepaalde rollen één op één samenvallen met bepaalde functies.
Zo wordt soms gedacht dat de verbindende rol overlapt met de gemeenschapsvormende functie. Uiteraard werkt die functie verbindend, maar ook leercontexten of maatschappelijke acties kunnen verbindend zijn. Gelijkaardig wordt de maatschappelijke bewegingsfunctie soms ten onrechte gelijkgesteld met de kritische rol. Toch kan ook de cultuurfunctie – bijvoorbeeld via de confrontatie met kunstenaars – leiden tot een kritische reflectie over onze samenleving. Net zo goed kunnen culturele praktijken fungeren als een maatschappelijk laboratorium waar gewerkt wordt aan nieuwe spelregels, zoals bij het vegetarisch leren koken of sociaal-artistieke projecten waarin vluchtelingen samen met buurtbewoners een jazzensemble oprichten.
Elke functie kan dus bijdragen aan elke rol. Rollen en functies zijn twee kanten van dezelfde medaille. Veel activiteiten roepen zelfs processen op die tegelijk bij meerdere functies horen én bijdragen aan verschillende rollen. Denk aan een samen-tuin waar mensen groenten en kruiden leren telen (leerfunctie), tegelijk een gemeenschap vormen (gemeenschapsvormende functie), kritisch nadenken over de ecologische impact van voedselimport (kritische rol) en experimenteren met lokale, seizoensgebonden alternatieven (laboratoriumrol).
Het is precies die verwevenheid van rollen en functies die het sociaal-cultureel werk een eigen en herkenbaar gezicht geeft.
Wat staat je te doen?
- Zorg dat alle betrokkenen begrijpen wat het verhaal over rollen en functies betekent als logische verbinding tussen je missie en praktijk. Denk daarbij aan coördinatoren, leidinggevenden, sociaal-cultureel werkers, communicatiemedewerkers, bestuurders en in zekere mate je kernvrijwilligers.
- Onderbouw een doordachte visie op rollen en functies.
- Kies een functiemix die aansluit bij de geschiedenis, identiteit en praktijk van je organisatie én bij je missie, visie en de maatschappelijke context.
- Vertaal het verhaal over rollen en functies naar een taal en vocabularium die passen bij je organisatie en je praktijken.
- Ontwerp praktijken doelgericht vanuit rollen en functies, en spreek daarover in een gedeelde taal.
- Leer eigen praktijken te plaatsen, te beschrijven en te verantwoorden in relatie tot de rollen en de functies die je gekozen hebt.


