Stap 4: Sociaal-culturele functies
De sociaal-culturele functies: de weg naar veranderingen
Om hun missie waar te maken en hun rol in de samenleving op te nemen, ontwikkelen sociaal-culturele organisaties praktijken. Die praktijken kunnen heel uiteenlopende vormen aannemen: korte interventies of langdurige processen, formele of informele initiatieven, onvoorspelbare projecten of zorgvuldig geprogrammeerde cursussen, bewegingen of verenigingen, grootschalige campagnes of kleine speelse ingrepen, prikkelende ideeën of intrigerende plekken waar van alles kan gebeuren. De variaties zijn eindeloos. Wat ze gemeen hebben, is dat ze telkens doelgericht en weloverwogen inzetten op processen die tot een gewenste verandering leiden. En die processen zijn altijd schatplichtig aan (een mix van) vier grondvormen: leren, maatschappelijk bewegen, gemeenschap vormen of cultuur maken/smaken.
Wat zegt het decreet?
Sociaal-culturele functie: het veranderingsproces dat sociaal-culturele volwassenenwerkorganisaties nastreven om hun strategische doelen te realiseren. Er zijn vier sociaal-culturele functies:
a) cultuurfunctie: doelgericht creëren van ruimte waar individuen, groepen of gemeenschappen cultuur kunnen maken, bewaren, delen en eraan deelnemen;
Memorie van Toelichting: sociaal-culturele organisaties realiseren de cultuurfunctie door doelbewust en methodisch onderbouwd ruimte te maken voor en stil te staan bij cultuur als een sociaal gedeeld repertoire van tekens dat betekenis en zin geeft aan de wereld en samenlevingen oriënteert en een bestaansgrond geeft. Doelbewuste interventies binnen de cultuurfunctie zijn er op gericht om cultuur te creëren, te bewaren, te delen en er aan deel te nemen;b) gemeenschapsvormende functie: doelgericht faciliteren en opzetten van processen en praktijken die de vorming van groepen en gemeenschappen of de interactie tussen groepen en gemeenschappen ondersteunen;
Memorie van Toelichting: sociaal-culturele organisaties realiseren de gemeenschapsvormende functie door doelbewust en methodisch onderbouwd processen op te zetten waarbij mensen tot een groep of gemeenschap groeien, waar bestaande groepen en gemeenschappen versterkt worden of waar groepen en gemeenschappen bij elkaar betrokken geraken over verschillen en grenzen heen. In deze context wordt een groep beschouwd als het geheel van deelnemers aan en deelhebbers in een sociaal-culturele praktijk. Een gemeenschap is een netwerk van personen die in zelforganisatie en samenwerking samen iets delen. Zij kunnen persoonskenmerken (demografisch, sociaaleconomisch enzovoort) delen, of betekenissen (cultuur, overtuiging enzovoort), of goederen (ruimte, middelen enzovoort). De actuele samenleving bestaat uit een dynamisch en heterogeen geheel van deels overlappende gemeenschappen, oftewel een ‘gemeenschap van gemeenschappen’;c) leerfunctie: doelgericht opzetten van leeromgevingen die het leren door individuen, groepen of gemeenschappen mogelijk maken en bevorderen;
Memorie van Toelichting: de leerfunctie wordt gerealiseerd in praktijken waar doelgericht en methodisch onderbouwd een context of omgeving wordt gecreëerd vanuit de ambitie om mensen, groepen of gemeenschappen de kans te geven om te leren. Een leeromgeving is opgevat als het totaal aan middelen, strategieën, personen en faciliteiten dat de lerende in staat stelt om te leren. De lerende leert door middel van interactie met die leeromgeving;d) maatschappelijke bewegingsfunctie: in relatie tot samenlevingsvraagstukken doelgericht ruimte creëren voor engagement en politisering;
Memorie van Toelichting: met de maatschappelijke bewegings- functie creëren sociaal-culturele organisaties doelbewust en methodisch onderbouwd ruimte voor maatschappelijk engagement én voor politiseren. Politiseren gebeurt overal waar mensen de particuliere kwesties die ze in hun leefwereld of in relatie tot overheid en markt tegenkomen gezamenlijk tot een publieke zaak maken, met andere woorden: het voeden en voeren van het publieke debat hierover. In praktijken creëren ze doelbewust mogelijkheden om maatschappelijk engagement op te nemen in het publiek maken van deze kwesties of in het experimenteren met waardevolle alternatieven.
Sociaal-culturele functie: om hun strategische doelen te realiseren en hun sociaal-culturele rollen in de samenleving waar te maken zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties doelgericht praktijken op met individuen, groepen en gemeenschappen. Met die praktijken brengen ze (een mix van) veranderingsprocessen op gang: leren, maatschappelijk bewegen, cultuur maken en smaken, gemeenschap vormen. Deze beoogde veranderingsprocessen bepalen zo mee de vorm en structuur van de praktijken. Het decreet erkent vier sociaal-culturele functies.
Om de sociaal-culturele rollen waar te maken zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties doelgericht en methodisch onderbouwd in op een mix van veranderingsprocessen, in dit ontwerp van decreet verder de sociaal-culturele functies genoemd: de cultuurfunctie, de leerfunctie, de maatschappelijke bewegingsfunctie, en de gemeenschapsvormende functie. Deze functies zijn en blijven de pijlers waar de vele praktijken in het sociaal-cultureel volwassenenwerk op steunen waardoor ze het uitzicht van deze organisaties in hoge mate bepalen. Dit beleidskader erkent uiteraard ook het belang van de ontmoetings- en ontspanningsfunctie in sociaal-culturele praktijken maar beschouwt deze niet als een onderscheidende functie.
Het civiele perspectief als uitgangspunt nemen voor dit ontwerp van decreet brengt met zich mee dat de organisaties de nodige ruimte moeten krijgen om zelf dynamisch en toekomstgericht hun vorm en verdere ontwikkeling te bepalen. Het is vandaag namelijk niet mogelijk om de ‘verschijningsvormen van de toekomst’ voor sociaal-culturele praktijken en organisaties precies te voorspellen. Nieuwe of hybride praktijken ontwikkelen moet dus mogelijk zijn. Organisaties kunnen daarom zelf vrij die functiemix kiezen die het beste kan ingezet worden om hun eigen missie en werking te realiseren. Deze keuze kan evolueren doorheen de tijd en per beleidsperiode, bij een nieuwe subsidieaanvraag, veranderen.
Het voorliggende ontwerp van decreet legt de verantwoordelijkheid bij de sociaal-culturele volwassenenorganisaties om sociaal-culturele praktijken te ontwikkelen voor en met volwassenen die veranderingsprocessen beogen in de samenleving én die de vertaling zijn van een eigen, doordachte integratie van twee of meer sociaal-culturele functies. Dit behoeft nadere specificatie.
Vooreerst zetten sociaal-culturele volwassenenorganisaties nooit in op slechts één functie, maar werken ze altijd vanuit een combinatie van functies in het geheel van hun werking. In praktijken wordt bijvoorbeeld een gemeenschapsvormende funcie gecombineerd met een leer-, cultuur- of maatschappelijke bewegingsfunctie. Net die mix van functies is typerend voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk en werkt onderscheidend tegenover andere sectoren als bijvoorbeeld het volwassenenonderwijs waar in hoofdzaak de leerfunctie centraal staat. Daarom moeten organisaties aantonen dat ze op minstens twee functies een duidelijke visie hebben, en dat ze deze ook geïntegreerd en doelgericht weten te realiseren middels hun werking.
Het ontwerp van decreet gaat ervan uit dat meerdere functies in meer of mindere mate in eenzelfde praktijk of in een geheel van praktijken opgezet door een organisatie kunnen gerealiseerd worden. Eenzelfde praktijk of mix van praktijken kan dus als voorbeeld dienen voor meerdere functies. Het ontwerp van decreet wil organisaties aansporen om welbewust te kiezen voor én kwalitatief sterk te werken aan een eigen mix van minimaal twee functies, die worden beschouwd als hun kernfuncties: dat zijn die functies waarvan kan aangenomen worden dat indien een van die functies zou wegvallen, het uitzicht en de realisatie van missie en visie én de werking fundamenteel zou veranderen. Het zijn functies die als het ware het DNA uitmaken van de organisatie en rechtstreeks in het verlengde liggen van missie en visie. De ‘vrije keuze’ uit de functies zorgt ervoor dat organisaties kunnen inzetten op een doordachte functiemix en een eigen, unieke plaats in het veld van het sociaal-cultureel volwassenenwerk – wat de diversiteit en dynamiek in de sector ten goede kan komen. Uiteraard is het zo dat bij de realisatie van deze kernfuncties ook kan bijgedragen worden aan de realisatie van andere functies, waar niet expliciet wordt op ingezet. Zo kan het bijvoorbeeld dat een organisatie bij het realiseren van de leerfunctie meteen ook bijdraagt aan processen van gemeenschapsvorming zonder dat dit als expliciete ambitie vervat zit in de missie en de visie én de werking. En uiteraard kan het dat een organisatie kiest voor een mix waarin elk van de vier functies evenwaardig vervat zit. Dat is de logische consequentie van het feit dat het sociaal-cultureel volwassenenwerk fundamenteel multifunctioneel is opgevat.
Sociaal-culturele volwassenenorganisaties ontwikkelen dus een samenhangend geheel van sociaal-culturele praktijken in hun werking die een vertaling zijn van de functiekeuze en waarmee ze bijdragen tot het vervullen van de drie maatschappelijke rollen. Zo realiseren ze hun maatschappelijke opdracht zoals ze is opgenomen in hun missie.
Wat staat je te doen?
Een visie op de functies en de functiemix houdt in dat je de logische samenhang duidelijk maakt tussen de door jullie gekozen functiemix en jullie visie op elke functie enerzijds, en anderzijds op de missie en visie, de maatschappelijke context, de strategische doelen en de invulling van de rollen.
Met andere woorden: je organisatie moet helder omschrijven waarom het, vertrekkend vanuit haar missie én de maatschappelijke context, noodzakelijk is om een gewenste verandering te realiseren via de gekozen functies, en waarom juist die visie op elke functie daarvoor het meest geschikt is. Dat betekent dat je kernfuncties kiest en die keuzes ook verantwoordt. Vervolgens kleur je elke functie verder in vanuit de visie die je concreet maakt in praktijken. Zo schets je meteen ook een beeld van welke praktijken, en op welke manier, die functies waarmaken.
- Voor elke functie is er een uitgebreide visietekst die je helpt om je eigen visie op die functie op taal te brengen:
– Visietekst ‘Cultuurfunctie’
– Visietekst ‘Leerfunctie’
– Visietekst ‘Maatschappelijke bewegingsfunctie’
– Visietekst ‘Gemeenschapsvormende functie’ - De tool ‘Praktijk beschrijven vanuit de rollen en de functies’ helpt je zichtbaar te maken hoe een praktijk een gekozen functie realiseert.
- De tool ‘Rollen en functies in beeld brengen’ helpt je bij het rapporteren over hoe het geheel van je praktijken bijdraagt aan de realisatie van de rollen en de gekozen functies.
- De tool ‘Aan de slag met je team en/of bestuur rond de functies’ biedt handvatten om samen met je team van sociaal-cultureel werkers of met bestuursvrijwilligers na te denken over jullie visie op de sociaal-culturele functies.


