Participatie door deelhebben

Communityleden willen niet alleen meepraten. Ze geven ook graag zelf vorm aan sociaal-culturele praktijken. Praktijken die er in hun lokale context toe doen en waarvan ze medevormgever en -eigenaar zijn. Daarom zetten meer en meer organisaties in op het eigenaarschap van hun communityleden bij het vormgeven van praktijken.

Participatie door deelhebben gaat over de autonomie van je community om praktijken te ontwikkelen. In welke mate zijn vrijwilligers en groepen daarin autonoom? Moeten ze binnen bepaalde kaders werken die je bovenlokaal aanreikt (bijvoorbeeld jaarthema) of kunnen ze zich volledig enten op de lokale context? Hoe laat je organisatie zich voeden door wat er aan de basis leeft? Tot op welke hoogte stuur je die praktijken zelf aan?

Strategieën

Speelveld en omkadering scherpstellen

Gedeeld eigenaarschap tussen je organisatie en je communityleden verloopt niet altijd zonder slag of stoot. Het schuurt soms. Zijn de praktijken van lokale vrijwilligers wel in lijn met je organisatiemissie? Hoe vind je het juiste evenwicht tussen aansturen vanuit je organisatie en eigenaarschap geven aan je communityleden? Wat als de organisatie-efficiëntie inboet bij meer autonomie voor je vrijwilligers? Wanneer moet je als organisatie vooral pionieren en wanneer leg je je eerder toe op het ondersteunen van initiatieven van onderuit?

Die spanningsvelden kan je ondervangen door goed na te denken over het speelveld én de omkadering die je aan je communityleden biedt om deel te hebben aan je organisatie.

Welke vragen roept het op?
  • Is het speelveld helder? Is het duidelijk voor je communityleden wat de missie van je organisatie is, welke processen je daarvoor wil opzetten en welke concrete praktijken je daarvoor wil ontplooien? Welke ruimte hebben je communityleden om de invulling van hun praktijken vorm te geven, zowel naar inhoud als naar vorm?
  • Hoe omkader je dat? Wat doe je om initiatieven van onderuit te stimuleren, tijdig op te merken, te versterken, te evalueren, bij te sturen als ze niet in lijn van je missie liggen en eventueel ruimer te verspreiden onder je community? Wat betekent dat concreet op vlak van procesondersteuning, methodieken en tools?

Reflectievragen

  • Bied je voldoende vrijheidsgraden aan je vrijwilligers(groepen) om praktijken en activiteiten te ontwikkelen? In welke mate kunnen ze hun eigen thema’s en concrete aanpak kiezen?
  • Welke omkadering biedt je organisatie aan vrijwilligers(groepen) om initiatieven van onderuit te stimuleren, tijdig op te merken, te versterken, te evalueren, bij te sturen en eventueel ruimer te verspreiden onder je achterban? Welke procesondersteuning, methodieken en tools zet je daarbij in?