Beoordeling

Een beoordelingscommissie beoordeelt de subsidieaanvraag van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie die al een werkingssubsidie ontvangt aan de hand van de beoordelingscriteria voor sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een landelijke werking. Ze doet dit op basis van de volgende elementen:

  1. het beleidsplan;
  2. het evaluatierapport;
  3. algemene informatie en gegevens over de werking;
  4. in voorkomend geval het remediëringsadvies voor organisaties met een negatieve evaluatie.

De manier waarop een organisatie is omgegaan met de eventuele aanbevelingen die werden geformuleerd bij de evaluatie is een inherent onderdeel van de beoordeling. Hieruit vloeit voort dat de manier waarop er wordt omgegaan met eventuele aanbevelingen geformuleerd bij de evaluatie, deel moet uitmaken van de zelfevaluatie en beleidsplanning van een organisatie.

Elf beoordelingscriteria

De beoordeling van de subsidieaanvraag gebeurt aan de hand van elf beoordelingscriteria. De beoordelingscriteria zijn de criteria waarop de kwaliteit van de toekomstige werking (bij de beoordeling) of de voorbije werking (bij de evaluatie) wordt beoordeeld of geëvalueerd. Dit zijn steeds inhoudelijke afwegingen waarvoor een bredere kennis van de context en de specifieke disciplines en functies nodig is. De beoordeling en de evaluatie gebeuren aan de hand van al de volgende inhoudelijke en zakelijke beoordelingscriteria:

  1. de uitwerking van de missie en visie van de sociaal-culturele volwassenen-organisatie en de inpasbaarheid ervan binnen de doelen van het decreet (artikel 3);
  2. de verhouding van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie tot de actuele maatschappelijke context die ze zelf omschreven heeft;
  3. de strategische en operationele doelstellingen van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie;
  4. de bijdrage van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie tot de realisatie van de drie sociaal-culturele rollen;
  5. de verduidelijking van de keuze voor minstens twee sociaal-culturele functies en de uitwerking daarvan;
  6. de relevantie en uitstraling van de werking voor het Nederlandse taalgebied of voor het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  7. de bijdrage van de sociaal-culturele volwassenenorganisatie aan het realiseren van sociaal-culturele participatie van iedereen;
  8. het betrekken en ondersteunen van vrijwilligers en hun plaats in de organisatie;
  9. het zakelijke beleid van de organisatie ter ondersteuning van het inhoudelijke beleid;
  10. de concretisering en onderbouwing van het inhoudelijke beleidsplan in een realistisch financieel meerjarenplan;
  11. de toepassing van principes van goed bestuur.

In de memorie van toelichting wordt bijkomende informatie per beoordelingscriterium vermeld en in het uitvoeringsbesluit formuleert de Vlaamse Regering per beoordelingscriterium subcriteria voor beoordeling en evaluatie. Deze informatie vind je in dit document.

Score

Voor de beoordeling van de subsidieaanvragen (maar ook voor de evaluatie van de werking van de organisaties die een werkingssubsidie ontvangen – zie verder) wordt voor elk toepasselijk subcriterium een score toegekend. De score kan de volgende vormen aannemen:

  1. voldoet;
  2. voldoet ten dele;
  3. onvoldoende.

De scores op de beoordelingscriteria worden bepaald volgens de volgende regels:

  1. de score ‘voldoet’ wordt toegekend als aan alle subcriteria de score ‘voldoet’ is toegekend;
  2. de score ‘voldoet ten dele’ wordt toegekend als aan alle subcriteria de score ‘voldoet ten dele’ is toegekend;
  3. de score ‘voldoet ten dele’ kan worden toegekend als:
    • aan minimaal één subcriterium ‘voldoet’ en aan minimaal één subcriterium ‘voldoet ten dele’ is toegekend;
    • aan minimaal één subcriterium ‘voldoet’, aan minimaal één subcriterium ‘voldoet ten dele’, en aan minimaal één subcriterium ‘onvoldoende’ is toegekend;
    • aan minimaal één subcriterium ‘voldoet ten dele’ en aan minimaal één subcriterium ‘onvoldoende’ is toegekend;
    • aan minimaal één subcriterium ‘voldoet’ en aan minimaal één subcriterium ‘onvoldoende’ is toegekend;
  4. de score ‘onvoldoende’ wordt toegekend als aan alle subcriteria de score ‘onvoldoende’ is toegekend;
  5. de score ‘onvoldoende’ kan worden toegekend als aan minimaal één subcriterium de score ‘onvoldoende’ is toegekend.

De beoordelingscommissie heeft dus binnen deze regels een deliberatieve ruimte waarin zij afwegingen kan maken rekening houdend met alle elementen. De beoordelingscommissie formuleert een of meer aanbevelingen voor elk beoordelingscriterium dat een score onvoldoende krijgt.

Advies en repliek

Eindresultaat

Het eindresultaat van het advies kan een van de volgende vormen aannemen:

  1. een positief advies;
  2. een positief advies met aanbevelingen;
  3. een negatief advies.

Het eindresultaat van het advies wordt bepaald door de volgende regels:

  1. een positief advies, als er op geen enkel beoordelingscriterium een onvoldoende wordt gescoord;
  2. een positief advies met aanbevelingen, als er op minimaal één en op maximaal vier van de volgende beoordelingscriteria een onvoldoende wordt gescoord: beoordelingscriteria 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11;
  3. een negatief advies, als er op vijf of meer van de volgende beoordelingscriteria een onvoldoende wordt gescoord: beoordelingscriteria 1°, 2°, 3°, 4°, 7°, 8°, 9°, 11;
  4. een negatief advies, als er op minstens één van de volgende beoordelingscriteria een onvoldoende wordt gescoord: beoordelingscriteria 5°, 6° en 10°.

Wat beoordelingscriteria 5° en 6°  betreft: het gaat hier om criteria die beslissend zijn bij het onderscheiden van sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een landelijke werking en andere organisaties. Criterium 5 gaat over de invulling van de functies, die bepalend zijn voor het uitzicht als sociaal-culturele werking, criterium 6 gaat over de beoordeling of de schaal (relevantie en uitstraling) voldoende groot is om in aanmerking te komen als landelijke werking. Het 10de criterium toetst af of de zakelijke onderbouwing voldoende solide is om het subsidiebedrag op een verantwoorde manier te besteden. Negatief scoren op één van deze drie is zwaarwichtig genoeg om hoe dan ook tot een negatief advies te leiden.

Voorlopig advies

De beoordelingscommissie stelt per sociaal-culturele volwassenenorganisatie een voorlopig advies op. Dat voorlopige advies bevat minimaal:

  1. het eindresultaat;
  2. voor elk beoordelingscriterium de score;
  3. de motivatie bij elk van de scores;
  4. als dat van toepassing is, de aanbevelingen;
  5. een indicatie van de evolutie van het subsidiebedrag;
  6. een motivatie bij de indicatie van de evolutie van het subsidiebedrag.

De administratie meldt uiterlijk op 30 april van het laatste werkjaar van de lopende beleidsperiode het voorlopige advies aan de aanvrager.

Repliek

De sociaal-culturele volwassenenorganisaties kunnen een repliek indienen na de melding van het voorlopige advies. Een repliek kan alleen betrekking hebben op feitelijke onjuistheden in het voorlopige advies. Onder feitelijke onjuistheden wordt verstaan: elementen in een advies of evaluatierapport waarvan ondubbelzinnig aangetoond kan worden dat ze gebaseerd zijn op foutieve, onvolledige of verkeerd geïnterpreteerde informatie.

Een repliek is ontvankelijk als ze voldoet aan de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden:

  1. ze is ingediend uiterlijk vijftien dagen na de melding;
  2. ze is gemotiveerd.

De administratie stelt vast of de repliek hier aan voldoet en meldt uiterlijk vijftien dagen na de ontvangst van de repliek aan de sociaal-culturele volwassenenorganisatie of de repliek al dan niet ontvankelijk is.

Advies

De beoordelingscommissie stelt op basis van het voorlopige advies en, in voorkomend geval, de repliek van de organisatie het advies op. Dit bevat minimaal:

  1. het eindresultaat;
  2. voor elk beoordelingscriterium de score;
  3. de motivatie bij elk van de scores;
  4. als dat van toepassing is, de aanbevelingen;
  5. het geadviseerde subsidiebedrag;
  6. de motivatie bij het geadviseerde subsidiebedrag.

Het advies van de beoordelingscommissie omvat een geadviseerd subsidiebedrag. Het geadviseerde subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van de volgende regels:

  1. het subsidiebedrag is gelijk aan of hoger dan het subsidiebedrag van de vorige beleidsperiode voor de volgende sociaal-culturele volwassenenorganisaties:
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een positieve evaluatie en een positief advies of een positief advies met aanbevelingen;
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een positieve evaluatie met aanbevelingen en een positief advies;
  2. het subsidiebedrag is lager, gelijk aan of hoger dan het subsidiebedrag van de vorige beleidsperiode voor de sociaal-culturele volwassenenorganisaties met een positieve evaluatie met aanbevelingen en een positief advies met aanbevelingen;
  3. het subsidiebedrag is lager dan of gelijk aan het subsidiebedrag van de vorige beleidsperiode voor de volgende sociaal-culturele volwassenenorganisaties:
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een positieve evaluatie en een negatief advies;
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een negatieve evaluatie en een positief advies of een positief advies met aanbevelingen;
  4. het subsidiebedrag is lager dan het subsidiebedrag van de vorige beleidsperiode of de subsidiëring wordt stopgezet voor de volgende sociaal-culturele volwassenenorganisaties:
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een positieve evaluatie met aanbevelingen en een negatief advies;
    • een sociaal-culturele volwassenenorganisatie met een negatieve evaluatie en een negatief advies;
  5. voor sociaal-culturele volwassenenorganisaties die op het moment van de aanvraag geen structurele werkingssubsidie ontvangen, wordt er een subsidiebedrag geadviseerd dat rekening houdt met de beoordeling van de inhoudelijke en zakelijke kwaliteit en met het gevraagde subsidiebedrag.

Het advies van de beoordelingscommissie bevat een voorstel voor het subsidiebedrag dat de regels in het model met richtsnoeren voor de advisering van het subsidiebedrag toepast en dat rekening houdt met de indicatie voor het totale beschikbare budget voor de uitvoering van dit decreet die de Vlaamse Regering bepaalt.

De administratie meldt het advies op uiterlijk 15 juli van het jaar dat voorafgaat aan de nieuwe beleidsperiode aan de subsidieaanvrager en de minister.